Het plaatsen van bouwobjecten als bedoeld in artikel 1.1, onder b, is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Op eigen terrein is er geen mogelijkheid het bouwobject te plaatsen en daarnaast zijn er geen andere alternatieven voorhanden.
Het bouwobject wordt voor de duur van de werkzaamheden geplaatst met een maximum van 14 aaneengesloten dagen. Dit maximum van 14 aaneengesloten dagen geldt per bouwobject per jaar.
Het bouwobject wordt alleen geplaatst op openbare parkeerplaatsen die minimaal 3,50 meter van de gevel liggen en wordt dusdanig geplaatst dat maximaal twee parkeerplaatsen niet meer voor parkeren gebruikt kunnen worden. Bouwobjecten worden niet op invalideparkeerplaatsen geplaatst. Voor steigers geldt dat deze ook buiten openbare parkeerplaatsen geplaatst mogen zijn. De steiger mag niet worden geplaatst, noch geplaatst zijn:
indien de doorstroming van het verkeer in gevaar wordt gebracht of gehinderd. Op de weg is een minimale vrije doorgangsstrook voor hulpvoertuigen van 3,50 meter aanwezig. Op voetpaden wordt een minimale voetgangersdoorloop van 1,20 meter gewaarborgd.
in openbaar groen;
op een kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;
ramen, voor zover geschikt als vluchtweg, en deuren worden vrijgelaten.
Het bouwobject is voldoende zichtbaar.
Het is niet toegestaan om fysieke veranderingen, bevestigingspunten of vaste elementen in of aan de weg aan te brengen.
Het bouwobject wordt niet op of aan openbare voorzieningen geplaatst of bevestigd.
Het bouwobject is voorzien van naam en telefoonnummer van de eigenaar of verhuurder.
De onmiddellijke omgeving van het bouwobject is opgeruimd en vrij van afvalstoffen.
Op het materiaal ter afsluiting van het bouwterrein zelf is artikel 7 van toepassing.