Naar hoofdinhoud
Met name in Heerhugowaard zijn aanvragen om een ontheffing in de meeste gevallen geweigerd vanwege het risico op precedentwerking en het ontbreken van bijzondere omstandigheden. Er is feitelijk alleen een uitzondering gemaakt voor de situatie waarin sprake is van een voertuig dat de maximale maatvoering beperkt overschrijdt, dure apparatuur bevat én wordt gebruikt bij de uitvoering van een wettelijke taak. Op dit punt is behoefte aan enige versoepeling. Er worden steeds meer voertuigen gebruikt die de maximale maatvoering nét overschrijden. Onder omstandigheden is het wel degelijk mogelijk een dergelijk voertuig op een locatie te parkeren waar de overlast gering is, ook al is deze locatie niet als acceptabel aangewezen, en is de aanvrager van de ontheffing daar zeer mee geholpen. In deze gevallen zou de verlening van een ontheffing uitkomst kunnen bieden. Van belang is dat het college zich bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag een goed beeld vormt van de relevante feiten en de af te wegen individuele en algemene belangen die bij het besluit betrokken zijn (artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht). Het college dient (binnen de kaders die de wet biedt) een integrale afweging te verrichten waarin alle in beeld gebrachte belangen betrokken zijn (artikel 3:4, tweede lid, van de Awb, willekeurverbod, materiële zorgvuldigheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel). Het leveren van maatwerk is daarbij belangrijk. Factoren die bij een afweging mee kunnen spelen zijn: het voertuig overschrijdt de maximale maatvoering beperkt; het gebruik van het voertuig is noodzakelijk voor de uitvoering van werkzaamheden door de houder van het voertuig; de parkeerdruk in de nabije omgeving is acceptabel; en de beperking van het uitzicht van bewoners dan wel bedrijven is acceptabel. er zijn op voorhand geen actuele klachten en meldingen over andere vormen van overlast uit de nabije omgeving te verwachten. Van belang is dat omwonenden of omliggende bedrijven geen of hoogstens geringe overlast ondervinden van het parkeren van het grote voertuig op de betreffende locatie. In dat kader is de parkeerdruk relevant. In de gemeente wordt tweejaarlijks onderzoek verricht naar de parkeerdruk. Daarbij wordt een parkeerdruk van 80% of meer als hoog bestempeld. Ook de omgeving in een straal van 200 meter wordt betrokken bij de overweging of sprake is van een te hoge parkeerdruk. Het is eveneens niet wenselijk dat het voertuig voor het raam van bewoners dan wel bedrijven wordt geparkeerd, tenzij mocht blijken dat deze bewoners of bedrijven daar geen hinder van ervaren. De eventuele bewijslast daartoe ligt in beginsel bij de aanvrager van de ontheffing. Ook om andere redenen kan overlast worden ervaren, bijvoorbeeld wegens het ontstaan van onveilige situaties (bijvoorbeeld bij oversteken, spelende kinderen rondom het voertuig), geluidsoverlast (bij warmdraaien en wegrijden) en het ontsieren van de omgeving. Deze overlast is objectief dan wel subjectief van aard. Wanneer op voorhand actuele klachten en meldingen over overlast bekend zijn, dan kan dat een reden zijn om de ontheffing niet te verlenen, of althans niet voor de betreffende locatie. Mocht om een andere reden duidelijk zijn dat het parkeren van het grote voertuig overlast en klachten tot gevolg kan hebben dan kan de gemeente de ontheffing eveneens besluiten niet te verlenen. Bijvoorbeeld wanneer duidelijk is dat de parkeervakken op de betreffende locatie ongeschikt zijn voor het parkeren van de voertuigen van een dergelijke afmeting. De ontheffing wordt verleend voor een beperkte periode, in beginsel een jaar. Indien nog steeds aan de criteria wordt voldaan en het beleid wordt voortgezet, kan de ontheffing verlengd worden. De houder van de ontheffing dient het voertuig zodanig te parkeren dat de verkeersveiligheid en doorstroming van het verkeer gewaarborgd blijven. Er moet te allen tijde voldoende zicht aanwezig zijn voor kruisende auto’s of langzaam verkeer (voetgangers). Tevens dient de houder van de ontheffing er rekening mee te houden dat de ontheffing geen garantie tot parkeren op de betreffende locatie inhoudt. Mocht de locatie bijvoorbeeld vol zijn, dan is de houder van de ontheffing gehouden het voertuig te parkeren op een andere op grond van artikel 5:8 van de Apv toegestane locatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel