De APV bevat meerdere artikelen waarin verboden opgenomen zijn voor fietsen. Echter, er is een verschil in de toepasbaarheid op bepaalde gebieden. Voor weesfietsen geldt dat het college moet aanwijzen in welke gebieden welke maximale parkeertermijn geldt. Deze aanwijzing legt het college vast in een aanwijsbesluit.
Bij aanwijsbesluit van DATUM zijn de volgende gebieden aangewezen:
NS-station Heerhugowaard;
Bushaltes met abri’s, plus een straal van 50 meter rondom deze bushaltes;
Middenwaard;
Centrumwaard; en
Broekerveiling
Een maximale termijn van 14 dagen wordt redelijk geacht. Ter hoogte van het NS-station Heerhugowaard parkeren overwegend (trein)reizigers die voor het woon-werkverkeer mede gebruik maken van de fiets. Verwacht mag worden dat dit gebruik minimaal eens per twee weken plaatsvindt. Hetzelfde geldt voor de bushaltes. Ter hoogte van Middenwaard, Centrumwaard en Broekerveiling parkeren overwegend het publiek dat gebruik maakt van de voorzieningen in deze gebieden, werknemers en bewoners hun fietsen. Verwacht mag worden dat ook hier het gebruik van fietsen minimaal eens per 14 dagen plaatsvindt.
4.3.1 Aangewezen gebieden – artikel 5:12 APV
Aan artikel 5:12 APV liggen meerdere aanwijzingen ten grondslag. Het college heeft bij het besluit van DATUM bepaald dat het verbod van artikel 5:12 APV alleen geldt voor het NS-station Heerhugowaard, alle bushaltes met abri’s inclusief een straal van 50 rondom de bushaltes, Middenwaard, Centrumwaard en Broekerveiling (5:12 lid 1). Daarnaast heeft het college bij besluit van DATUM bepaald dat voor deze aangewezen gebieden een maximale stallingsduur van 14 dagen geldt voor (brom)fietsen (5:12 lid 2).
4.3.2 Overig gebieden Dijk en Waard – artikel 5:5 APV
De verboden uit de artikel 5:5 van de APV gelden voor heel Dijk en Waard. Dit betekent dat ten alle tijden handhavend opgetreden kan worden indien een overtreding van dit artikel plaatsvindt, ongeacht de locatie.
4.3.3 Markten, kermisterreinen e.d. – artikel 2:52 APV
Artikel 2:52 APV bevat een fietsverbod dat alleen geldt voor aangewezen terreinen waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt. Hier is wel de voorwaarde aan verbonden dat het verbod kenbaar is gemaakt aan de bezoekers van het terrein.
4.4 Beschikbare handhavingsmiddelen Algemene wet bestuursrecht
Bestuursrechtelijk optreden is erop gericht om een overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of een overtreding te beëindigen, herhaling van een overtreding te voorkomen, dan wel om het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding. De algemene wet bestuursrecht biedt twee herstelsancties om een overtreding van artikel 5:5 en of 5:12 van de APV ongedaan te maken:
een last onder dwangsom;
een last onder bestuursdwang.
4.4.1 Bestuursdwang
Om de fietsenoverlast, zoals bedoeld in dit draaiboek, te reduceren wordt gehandhaafd middels bestuursdwang, zoals geformuleerd in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Handhaving doormiddel van een last onder bestuursdwang is de meest effectieve manier. De fietsen worden dan namelijk door de gemeente verwijderd indien de overtreder niet zelf te overtreding ongedaan heeft gemaakt. Hiermee wordt direct het doel van de handhaving bereikt: een nette, overzichtelijke een veilige fietsenstalling. Bij het opleggen van een last onder dwangsom wordt dit doel niet bereik. De fietsen blijven staat gedurende de tijd dat de overtreder de dwangsommen moet betalen.
4.4.2 Spoedeisende bestuursdwang
In sommige gevallen kan de gemeente besluiten om spoedeisende bestuursdwang toe te passen. Dit kan het geval zijn bij fietsen die op een dusdanige manier geparkeerd staan dat ze direct gevaar opleveren voor het overige rij- en voetgangersverkeer. Direct optreden door de gemeente is derhalve noodzakelijk.
4.5 Begunstigingstermijnen
Artikel 5:24 van de Awb schrijft voor dat na het constateren van een overtreding, in het geval van de fietsenoverlast van de APV, er een begunstigingstermijn gehanteerd moet worden. Dit is een termijn waarbinnen de overtreder de kans krijgt de overtreding vrijwillig ongedaan te maken. De begunstigingstermijnen voor de fietsenoverlast zijn als volgt;
een overtreder van een WF, FW of FF krijgt twee dagen, ingaande de dag na datum van het label, de tijd om de overtreding ongedaan te maken;
een overtreder van een GF krijgt géén begunstigingstermijn. Een termijn kan niet worden afgewacht in verband met de ernst van de overtreding. De fiets wordt direct door gemeente verwijderd.
De begunstigingstermijn is gekoppeld aan de datum van het label van de fiets. Deze datum wordt door de betreffende toezichthouder/BOA genoteerd op het label. Een begunstigingstermijn van twee dagen, ingaande de dag na datum van het label, wordt over het algemeen redelijk geacht.