Een gift wordt vrijgelaten als deze is bedoeld voor kosten waarvoor de belanghebbende, zonder de gift, een vergoeding bijzondere bijstand of WMO-voorziening zou krijgen.
Andere giften dan genoemd in het eerste lid, worden op jaarbasis tot een bedrag van € 1.200,- vrijgelaten. Als de gift of giften meer bedragen dan € 1.200,-, wordt het meerdere aangemerkt als middel, zoals bedoeld in artikel 31 Participatiewet.
Ontvangsten als gevolg van een prijs, loterij of via gokopbrengsten zijn middelen welke als inkomen dienen te worden aangemerkt. Ontvangen inkomen als gevolg van een prijs, loterij of via gokopbrengsten worden vrijgelaten tot het drempelbedrag van € 100,- per maand.
Bij een gift in natura bepaalt het college wat de gift waard is in geld en of dit tot de middelen gerekend wordt.
Er geldt alleen een informatieplicht op grond van artikel 17, lid 1 Participatiewet bij het ontvangen van giften, wanneer het (gezamenlijke) bedrag op jaarbasis boven de € 1.200,- uitkomt. Voor ontvangsten als gevolg van een prijs, loterij of via gokopbrengsten geldt deze informatieplicht voor ontvangen inkomen boven de €100,- per maand.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.7.
Vrijlaten giften, loterijprijzen en gokopbrengsten
Onderdeel van Beleidsregels rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2025 gemeente Dantumadiel