In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
commerciële verhuur: het in gebruik geven van een onroerende zaak voor een bepaalde periode aan een huurder, tegen periodieke betaling én marktconforme prijs;
kostganger: degene die tegen een financiële vergoeding een gedeelte van een woning huurt van iemand die de woning in zijn geheel huurt van een ander dan wel in eigendom heeft, waarbij de huurder/ eigenaar en de kostganger geen partners van elkaar zijn of bloedverwanten in de eerste graad. Het verschil tussen de huurder en de kostganger is dat de kostganger naast het woongenot ook de maaltijden op kosten van de verhuurder nuttigt;
woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel k en i, Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid van de Participatiewet;
gehuwdennorm: de norm zoals bedoeld in artikel 21 onderdeel b Participatiewet;
woonkosten:
Indien de belanghebbende een huurwoning bewoont, de per maand geldende huurprijs als omschreven in artikel 1, onder d, Wet op de huurtoeslag.
Indien de belanghebbende een eigen woning bewoont, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de aflossing;
Indien de belanghebbende een (anti) krakerswoning bewoont, de maandelijks verschuldigde bruikleenvergoeding;
andere woonlasten: kosten in verband met gas, water en elektra en gemeentelijke heffingen. In het geval van een eigen woning: de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten (het rioolrecht, het eigenaarsdeel van de onroerende zaak belasting, de opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de waterschapslasten en de erfpachtcanon) en de kosten van onderhoud;
commerciële prijs: de op basis van een schriftelijke overeenkomst overeengekomen commerciële prijs zoals bedoeld in:
artikel 19a, eerste lid, sub b en c van de Participatiewet;
artikel 5, achtste lid, sub b en c van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); en
artikel 5, zevende lid, sub b en c van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
bijstandsgerechtigde: de persoon die algemene bijstand ontvangt voor de kosten levensonderhoud op grond van de Participatiewet.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 1.
Artikel 3.1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2025 gemeente Dantumadiel