Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.

Artikel 4.16.

Kinder- of peuteropvang vanwege sociaal-medische indicatie

Onderdeel van Beleidsregels rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2025 gemeente Dantumadiel

Een tegemoetkoming is mogelijk aan gezinnen die op grond van een sociaal-medische indicatie kosten voor kinder- of peuteropvang moeten maken en er voldaan is aan de volgende voorwaarden: het betreffende kind of de betrokken ouder tot de categorie personen behoort met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking en waarvoor is komen vast te staan dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, of er is vastgesteld dat de veiligheid van het kind in het geding is, of; er is vastgesteld dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het betreffende kind noodzakelijk is, of; er is vastgesteld dat er sprake is van een crisissituatie waardoor de ouder tijdelijk niet in staat is de verzorging of betaling van de opvang op zich te nemen, of; de noodzaak voor kinderopvang blijkt uit andere stukken van een huisarts, het Gebiedsteam of andere instellingen voor zover die een sociaal of medisch oordeel kunnen vormen over de ouder of het betreffende kind, en; de opvang plaatsvindt in een kindercentrum of door een gastouder. De bijdrage voor de in het eerste lid genoemde doelgroep wordt toegekend voor maximaal één jaar. Na een herbeoordeling kan verlenging maximaal 1 jaar plaatsvinden. De hoogte van de tegemoetkoming is gelijk aan de kinderopvangtoeslag die bij de Belastingdienst zou kunnen worden ontvangen indien daar recht op zou bestaan. De rekenregels van de Belastingdienst worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met het maximale uurtarief voor kinderopvang dat jaarlijks door de Belastingdienst wordt vastgesteld. Wanneer aan de voorwaarden in deze beleidsregels wordt voldaan, bestaat aanspraak op een tegemoetkoming alleen wanneer: het kinderopvang betreft in een LRK-geregistreerd kindercentrum of een LRK-geregistreerd gastouderopvang en; de kosten van de kinderopvang feitelijk zijn gemaakt en aangetoond en; de ouder(s) of verzorger(s) meewerken aan alle maatregelen die noodzakelijk zijn voor het opheffen of verminderen van de omstandigheden die de kinderopvang noodzakelijk maken en daarom nodig zijn voor het bevorderen van een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van het kind en/of het gezin.

Rechtspraak bij dit artikel