Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor reiskosten van ten laste komende kinderen in het voortgezet onderwijs, als
er geen voorliggende voorziening is; en
de reisafstand in ieder geval meer dan 10 kilometer betreft; en
indien het gaat om de dichtstbijzijnde school met het gewenste en noodzakelijk geachte onderwijstype.
Bij het vaststellen van de hoogte van de bijstand wordt uitgegaan van de kosten van openbaar vervoer. Wanneer dit niet mogelijk is dan wordt de bijstand verstrekt voor vervoer per auto voor de kortste route volgens de ANWB routeplanner. De hoogte van de vergoeding is gelijk aan de maximale onbelaste reiskostenvergoeding als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdeel a Wet op loonbelasting 1964.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 5.
Artikel 4.18.
Reiskosten voortgezet onderwijs
Onderdeel van Beleidsregels rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2025 gemeente Dantumadiel