Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7. › Paragraaf 2.

Artikel 7.3.

Uitzonderingsgronden op de scholingsplicht

Onderdeel van Beleidsregels rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2025 gemeente Dantumadiel

Het college kan blijvend of tijdelijk een uitzondering op de scholingsplicht maken, wanneer een jongere geobjectiveerd aantoont dat hij geen regulier onderwijs kan volgen of wanneer dit in redelijkheid (nog) niet van hem gevergd kan worden. Uitzondering is mogelijk, indien de jongere naar het oordeel van het college een volgens een deskundige vastgesteld cognitief, sociaal, medisch en/of psychisch probleem heeft of door andere persoonlijke omstandigheden het verplicht volgen van onderwijs (tijdelijk) niet gevergd kan worden. Indien de jongere een beroepskwalificatie heeft met kansen op de arbeidsmarkt, kan een tijdelijke uitzondering op de scholingsplicht gemaakt worden voor maximaal één (1) jaar. Een tijdelijke uitzondering op de scholingsplicht wordt in ieder geval gemaakt als de jongere: een schuldregelingstraject volgt, tenzij scholing wel is toegestaan; (nog) geen aanspraak kan maken op studiefinanciering, bijvoorbeeld doordat de jongere moet wachten tot het eerstvolgende instroommoment; inburgeraar is en (nog) niet beschikt over het taalniveau A2. Een blijvende uitzondering op de scholingsplicht wordt in ieder geval gemaakt als de jongere een beroepskwalificatie heeft en zijn kansen op de arbeidsmarkt door het volgen van verdere opleiding naar verwachting niet meer toenemen. Wanneer een jongere niet aan zijn scholingsplicht kan of (tijdelijk) niet hoeft te voldoen, dan wordt dit kenbaar gemaakt middels een beschikking.

Rechtspraak bij dit artikel