Ten aanzien van het vaststellen en herzien van de verhaalsbijdrage, kan het college:
ongeacht de vraag of de uitkeringsgerechtigde recht heeft op inkomsten uit alimentatie en ongeacht de vraag of de uitkeringsgerechtigde de rechtbank kan verzoeken om alimentatie vast te stellen, de verhaalsbijdrage op nihil stellen, als uit onderzoek blijkt dat de maandelijkse verhaalsbijdrage ten hoogste € 50,00 bedraagt;
besluiten om de eerder opgelegde verhaalsbijdrage te handhaven als uit een herberekening van de draagkracht blijkt dat het positieve of negatieve verschil met de eerder opgelegde verhaalsbijdrage kleiner is dan € 50,00 per maand;
besluiten om een, al dan niet eerder opgelegde verhaalsbijdrage tijdelijk niet of niet volledig op te leggen, wanneer de onderhoudsplichtige is toegelaten tot een minnelijke schuldenregeling, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of in staat van faillissement is gesteld;
besluiten om van verhaal op de onderhoudsplichtige af te zien, wanneer sprake is van zwaarwegende dringende redenen. Deze redenen kunnen alleen betrekking hebben op de gevolgen van het opleggen van een verhaalsbijdrage voor de onderhoudsplichtige en/of de onderhoudsgerechtigde. Het gaat hier om zeer bijzondere omstandigheden, waarbij het opleggen van een verhaalsbijdrage leidt tot onaanvaardbare financiële of sociale consequenties van de onderhoudsplichtige en/of de onderhoudsgerechtigde en/of hun kinderen.
Hoofdstuk 9. › Paragraaf 4.
Artikel 9.23.
Vaststellen en herzien van de verhaalsbijdrage
Onderdeel van Beleidsregels rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2025 gemeente Dantumadiel