Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9. › Paragraaf 2.

Artikel 9.6.

Afzien van (verdere) invordering

Onderdeel van Beleidsregels rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2025 gemeente Dantumadiel

In afwijking van artikel 9.2. tweede lid, besluit het college af te zien van verdere invordering indien de belanghebbende: gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en ten minste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode [vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten] alsnog heeft betaald en ten minste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt slechts genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht. Tot toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c kan ook ambtshalve worden besloten. De in het eerste lid onder a. en b. genoemde termijn van vijf jaar is drie jaar als het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die drie jaar de beslagvrije voet als bedoeld in Boek 2, Afdeling 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan. Het college scheldt een bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt op een verzoek als bedoeld in artikel 18a, dertiende lid van de Participatiewet en artikel 20a van de Ioaw en de Ioaz indien dit noodzakelijk is voor de totstandkoming van een schuldregeling. Wanneer aan een belanghebbende door het college een geldlening is toegekend ten behoeve van inrichtingskosten van de woning, alsmede door de Kredietbank Nederland een geldlening is verstrekt waarvoor het college borg staat, en deze persoon de betalingsverplichting ingevolge de lening aan de Kredietbank gedurende drie jaar correct is nagekomen, scheldt het college de door haar verstrekte geldlening kwijt. Kwijtschelding vindt eveneens plaats, wanneer de in het vijfde lid bedoelde belanghebbende niet volledig aan de aflossingsverplichting heeft voldaan, maar de achterstallige aflossingen over deze periode alsnog ineens, of op grond van nadere betalingsafspraken, voldoet. Als er sprake is van een (rest)vordering van minder dan € 150,00 wordt deze buiten invordering gesteld nadat is vastgesteld dat verrekening niet mogelijk is. Het zevende lid is niet van toepassing ten aanzien van vorderingen die: het gevolg zijn van schending van de inlichtingenplicht dan wel tekortschietend besef van verantwoordelijkheid; door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden. Het op basis van het zevende lid genomen besluit tot het (gedeeltelijk) afzien van terug- of invordering wordt ingetrokken als op een later tijdstip blijkt dat de belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel