Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.8

Naam en inwerkingtreding

Onderdeel van Subsidieverordening gevelverbetering Beeldkwaliteitsplan Pleinen Heerlen-centrum

Deze verordening wordt aangehaald als “subsidieverordening gevelverbetering Beeldkwaliteitsplan Pleinen Heerlen-centrum ". Deze verordening treedt in werking de dag na vaststelling door de gemeenteraad. Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad der gemeente Heerlen van 3 juli 2007. griffier, voorzitter, Toelichting Subsidieverordening gevelverbetering Beeldkwaliteitsplan Pleinen Heerlen-centrum Afdeling 2 en afdeling 3 Afdeling 2 behandelt de subsidieverlening, afdeling 3 de subsidievaststelling. Dit verschil vloeit voort uit de Algemene wet bestuursrecht. De subsidieverlening houdt in dat er een recht op subsidie wordt toegekend. Pas wanneer ook aan alle administratieve verplichtingen is voldaan waardoor aangetoond is hoe hoog de kosten daadwerkelijk zijn, kan definitief de hoogte van het subsidiebedrag worden bepaald: dit is de formele subsidievaststelling. Hierna wordt de subsidie uitbetaald. Artikel 2.2, lid 2 Voor geverfde baksteengevels zal het in de meeste gevallen noodzakelijk zijn eerst te onderzoeken of het verwijderen van de verflaag in het individuele geval zinvol is. Wanneer uit het herstelonderzoek blijkt dat het verwijderen van de verflaag niet zinvol is en om deze reden tot opnieuw verven wordt besloten, komt het opnieuw verven, ondanks dat dit in strijd is met het Beeldkwaliteitsplan Pleinen Heerlen-centrum, in aanmerking voor subsidie. Wel moet de bouwaanvraag voor het opnieuw verven aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Heerlen worden voorgelegd, samen met de resultaten van het herstelonderzoek. Wanneer de Commissie instemt met het plan, komt het in principe in aanmerking voor subsidie. Artikel 2.4 Dit artikel noemt redenen om een subsidie te weigeren. Indien één van deze weigeringsgronden van toepassing is, wordt de subsidie geweigerd. Hierbij heeft de gemeente geen hoorplicht (artikel 4:7 juncto 4: 12 lid 1 sub a van de Awb). Indien aanvrager reeds voorafgaand aan de subsidieverlening met de werkzaamheden wil beginnen, dient hij hiertoe schriftelijk toestemming van burgemeester en wethouders te verkrijgen. Hiervoor is noodzakelijk dat er een opname heeft plaatsgevonden van de oorspronkelijke situatie, omdat anders niet vast te stellen is welke voorzieningen getroffen moeten worden. De subsidie wordt voorts geweigerd, indien eerder in datzelfde kalenderjaar of tegelijk met de aanvraag een andere aanvraag voor dezelfde woning is ingediend. Ook de Algemene wet bestuursrecht noemt in artikel 4:35 nog een aantal weigeringsgronden, die aanvullend werken op bovengenoemde gronden. Uiteraard werkt ook de verplichte weigeringgrond wegens overschrijding van het subsidieplafond (artikel 4:25 lid 1 Awb) aanvullend op bovengenoemde gronden. Artikel 2.5, lid 1 Dit artikel bepaalt dat bij de aanvraag gebruik dient te worden gemaakt van een standaardformulier, dat door het college van burgemeester en wethouders moet worden vastgesteld. Een ordelijke en efficiënte afhandeling van de aanvraag wordt bevorderd door de gebruikmaking van een speciaal daartoe bestemd formulier. Gegevens die op basis van artikel 4:2 van de Awb moeten worden vermeld, zoals de dag- tekening van de aanvraag, zijn niet opgenomen in de opsomming van de te verstrekken gegevens. De verplichting om deze gegevens te verstrekken volgt immers rechtstreeks uit de Awb. Indien er gegevens ontbreken, zijn burgemeester en wethouders verplicht om een termijn te stellen voor het aanvullen van de ontbrekende gegevens. Indien de gegevens niet binnen de gestelde termijn worden aangevuld, kan besloten worden de aanvraag niet te behandelen. Dit is dwingend bepaald in artikel 4:5 van de Awb. Een onvolledige aanvraag is in beginsel wel een tijdige aanvraag, ook al behoeft deze naderhand nog aanvulling. Dit is met name van belang in relatie tot artikelen 2.5, lid 7 en 3.5, lid 2 van de verordening, waarin wordt bepaald dat de aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst. In artikel 3.2, lid 6 wordt geregeld dat het college nadere regels kan stellen voor de gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt. De bevoegdheid tot het stellen van nadere regels is gebaseerd op artikel 156, derde lid, van de Gemeentewet. Indien het college bij een individuele aanvraag meent dat er onvoldoende gegevens zijn overgelegd om een beslissing te nemen over de verlening van de subsidie, kan het op basis van artikel 4:5 lid 1 van de Awb nadere gegevens opvragen. Artikel 2.5, lid 7 Indien een subsidieplafond wordt opgenomen, moet tevens worden bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Hier geldt het principe "wie het eerst komt, wie het eerst maalt". De aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. Indien een aanvrager een termijn gesteld heeft gekregen om ontbrekende gegevens aan te vullen, hetgeen vervolgens niet gebeurt, kunnen burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag niet te behandelen. Hiermee vervalt tevens het recht op behandeling van de aanvraag naar datum van binnenkomst van de onvolledige aanvraag. Artikel 2.7, lid 1 Deze artikelen bepalen, dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na de dagtekening over de aanvragen beslissen. Deze termijn sluit aan bij de termijn als genoemd in artikel 4: 13, tweede lid, Awb. Dit staat het college van burgemeester en wethouders echter niet in de weg om eerder op een aanvraag te besluiten. De termijn voor het nemen van een beslissing wordt opgeschort vanaf de dag dat de aanvrager wordt uitgenodigd om ontbrekende gegevens aan te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de termijn die daarvoor is gesteld, ongebruikt is verstreken (artikel 4:15 Awb).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel