Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt of zijn vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger(s), betrokkenen afkomstig uit het sociaal netwerk, familie of onafhankelijke derden.
De volgende factoren maken in ieder geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek:
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt;
het gewenste resultaat van de ondersteuning;
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de behoefte aan maatregelen voor ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
de mogelijkheden om door gebruik te maken van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk waardevolle activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of indien aan de orde door inzet van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;
welke bijdragen in de kosten de cliënt verschuldigd zal zijn.
de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze.
Als de cliënt een persoonlijk plan heeft opgesteld, betrekt het college dat plan bij het onderzoek;
Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het onderzoek, zijn rechten en plichten en de vervolgprocedure.
De cliënt verstrekt aan het college de gegevens die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs kan beschikken.
Bij het onderzoek (artikel 2.3.2 Wmo), stelt het college de identiteit van de cliënt vast aan de hand van een geldig identiteitsbewijs (artikel 2.3.4 Wmo)
Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DE FRYSKE MARREN 2023