Een meerderjarige cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb’ s zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het bedrag dat wordt genoemd in artikel 2.1.4 a vierde lid van de wet voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
Als het betalen van de eigen bijdrage contra-effectief werkt voor het te bereiken resultaat met de maatwerkvoorziening -zoals bij zorgmijders- wordt deze eigen bijdrage eerst niet opgelegd, totdat de situatie stabiel is.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Voor de eigen bijdrage bij Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang zijn de bepalingen van de gemeente Leeuwarden van toepassing.
De ritbijdrage voor collectief vervoer is uitgezonderd van het landelijk vastgestelde maximumbedrag in artikel 2.1.4 a lid 4. Voor collectief vervoer geldt een ritbijdrage van € 0,24 per kilometer.
Wanneer er één persoon met cliënt meereist dan hoeft deze persoon geen ritbijdrage te betalen. Dit geldt tevens voor maximaal twee meereizende kinderen tot 4 jaar.
De bijdrage van het collectief vervoer voor meereizende kinderen van 4 tot en met 12 jaar is 50% van de ritbijdrage.
In afwijking van artikel 2.1.4 a, vierde lid van de wet, is de cliënt geen eigen bijdrage verschuldigd voor de financiële tegemoetkoming:
in de kosten van het gebruik van een auto ten behoeve van het sociaal vervoer als bedoeld in artikel 5.1 lid 2 aanhef en sub a;
voor verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in artikel 5.1 lid 2 aanhef en sub c.
De kostprijs van een:
maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, andere wijze van contracteren, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
De bijdragen in de kosten conform artikel 2.1.4.a vierde lid worden door het Centraal Administratiekantoor (CAK) vastgesteld en geïnd.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.2
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DE FRYSKE MARREN 2023