De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden vindt niet plaats – tenzij de portefeuillehouder (indien het college het bevoegde bestuursorgaan is) of het bevoegde bestuursorgaan anders bepaalt in een concreet geval, met uitzondering van het bepaalde onder f, als:
de bevoegdheid het vaststellen van verordeningen, andere regelingen of nadere regels betreft;
advies nodig is van een ander onderdeel van de gemeentelijke organisatie of een andere instelling/commissie en dit advies en het eigen standpunt niet op elkaar aansluiten en/of niet tot dezelfde conclusie leiden;
de portefeuillehouder of de algemeen directeur/gemeentesecretaris te kennen geeft het voorstel aan het college van burgemeester en wethouders te willen voorleggen;
het bestuursorgaan zelf wenst te beslissen;
het besluit leidt tot afwijking van het bestaande gemeentelijke beleid;
het besluit zou leiden tot overschrijding van budgetten of kredieten;
de gemandateerde een persoonlijk belang heeft bij het uitoefenen van de bevoegdheid;
het om een brief of verzoek met een persoonlijk karakter gaat;
de uitoefening van de bevoegdheid politieke consequenties heeft of vermoedelijk zal krijgen;