Naar hoofdinhoud
1.. Een vervoersvoorziening kan worden toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt. 2.. In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aannemelijk is gemaakt dat het een gehandicapte leerling betreft en die als gevolg van die handicap op andere vervoer dan openbaar vervoer is aangewezen of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. De handicap dient door middel van een medische verklaring te worden aangetoond.

Rechtspraak bij dit artikel