Het havengeld wordt niet geheven ter zake van:
doorvarende vaartuigen, die in de gemeente niet laden/lossen en niet langer verblijven dan voor de doorvaart noodzakelijk is;
roeiboten behorende tot vaartuigen, waarvoor havengeld verschuldigd is, mits zij daaraan zijn bevestigd;
vaartuigen die uitsluitend ten behoeve van de gemeente worden gebruikt;
politievaartuigen;
vaartuigen die de reis niet kunnen voortzetten doordat de doorgang door gesloten water, of als gevolg van een andere onverwachtse omstandigheid, is gestremd;
vaartuigen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;
vaartuigen die niet op een aanlegplaats liggen en korter zijn dan 4 meter.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van havengelden 2023