**1..** Subsidiabele activiteiten
In het kader van het meerjarendoel 2.5.1 (de leefbaarheid van het landelijk gebied en de kleine kernen is beter) uit de Programmabegroting kan subsidie worden verstrekt voor de volgende activiteiten:
het in stand houden van basisvoorzieningen in geval van marktfalen;
het uitvoeren van activiteiten ter bevordering van de sociale cohesie in de kleine kernen;
het versterken van de organisatie van culturele en/of gemeenschappelijke activiteiten.
**2..** Nadere criteria
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien er sprake is van een breed draagvlak bij de inwoners van het dorp of de regio, welke blijkt uit bijvoorbeeld actieve betrokkenheid van inwoners bij de realisatie en inzet van eigen uren.
**3..** Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.000;
In afwijking van het gestelde onder a bedraagt de subsidie maximaal 50% van de subsidiabele kosten indien de totale projectkosten maximaal € 50.000 bedragen;
Tot de subsidiabele kosten behoren:
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek en ondernemersplan) tot een maximum van 15% van de projectkosten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie;
kosten voor aanpassing van reeds in gebruik zijnde onroerende zaken;
**4..** Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan natuurlijke personen en aan publieke- en private rechtspersonen met uitzondering van grote ondernemingen.
**5..** Aanvraag
Bij investeringen in basisvoorzieningen moet sprake zijn van een exploitatieplan en een onderhoudsplan.
**6..** Verplichtingen subsidieontvanger
Gedurende de uitvoering van het project gelden de volgende verplichtingen ten aanzien van de rapportage over de voortgang van het project:
de monitoring wordt op een inzichtelijke manier gerapporteerd waaruit blijkt hoeveel personen of groepen zijn bereikt, welke activiteiten zijn uitgevoerd, en wat het gemeten of berekende effecten zijn van deze activiteiten in brede zin (te denken valt aan deelnamecijfers, de feitelijke toepassing en de sociaaleconomische aspecten en gevolgen);
de rapportage bevat ook een advies voor de verdere implementatie of voortzetten van de activiteiten.
**7..** Europese regelgeving
Als sprake is van staatssteun, wordt subsidie slechts verstrekt met inachtneming van:
Verordening betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU op de de-minimissteun (Verordening (EU) Nr. 1407/2013, PbEU 2013, L352); of
Verordening betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU op de de-minimissteun in de landbouwsector (Verordening (EU) Nr. 1408/2013, PbEU L352/9) bij subsidie aan een onderneming actief in de primaire productie, verwerking of afzet van landbouwproducten.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1