Naar hoofdinhoud
1. Subsidiabele activiteiten In het kader van de meerjarendoelen 2.1.3, (natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden) 2.2.2 (de biodiversiteit in stad en platteland is verbeterd) en 2.1.4 (het areaal bos buiten de NNN en de Groene Contour is vergroot) uit de Programmabegroting kan subsidie worden verstrekt voor de volgende activiteiten: de combinatie van de aanleg van kleine landschapselementen en functieverandering van de percelen (of gedeelten) voor kleine landschapselementen L01.02, L01.03 L01.04, L01.06, L01.10, L01.11 en L01.12 zoals bedoeld in de bijlage bij deze subsidieregeling, binnen het leefgebied dooradering, zoals begrensd in het natuurbeheerplan. 2. Subsidiabele kosten De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten. De volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie en worden getoetst aan de Beleidsregel subsidiabele kosten projectsubsidies provincie Utrecht: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde, door middel van een factuur aantoonbare kosten voor de voorbereiding van aanleg, zoals het werven van deelnemers; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde, door middel van een factuur aantoonbare kosten voor aanleg; overige kosten voor zover noodzakelijk in verband met de desbetreffende aanleg. Subsidie voor functieverandering van de percelen voor de in lid 1 beschreven landschapselementen bedraagt 100% van het verschil tussen de marktwaarde voor en na de aanleg. De marktwaarde van de landbouwgrond en de marktwaarde van de grond na aanleg worden bepaald op basis van een taxatie, die in opdracht van de provincie wordt uitgevoerd door een onafhankelijk taxateur. Bij de taxatie wordt als peildatum gehanteerd de eerste dag van de maand waarin de aanvraag volledig is. 3. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien aan de volgende criteria wordt voldaan: de percelen zijn de vijf jaren voorafgaand aan het indienen van de aanvraag onafgebroken in gebruik geweest voor de primaire landbouwproductie; de percelen waarvoor subsidie voor functieverandering van de grond wordt aangevraagd zijn de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag geregistreerd bij RVO als landbouwgrond; de betrokken landbouwproductiecapaciteit wordt gesloopt of onherroepelijk gesloten; de totale oppervlakte van de aan te leggen landschapselementen bedraagt minimaal 2500 m² per grondeigenaar of de totale lengte van element en L1.03, L1.06 en L1.10 is meer dan 500 meter; bij de subsidie-aanvraag wordt een inrichtingsplan aangeleverd. Het inrichtingsplan bevat minimaal informatie over: locatie, soortkeuze en ontwerp; gekozen plantmateriaal, inclusief herkomst; terreinvoorbereiding en aanplant; bescherming, onderhoud en beheer oplevering; kostenraming. bij de subsidie-aanvraag worden één of meer topografische of digitale kaarten met een schaal van ten hoogste 1:10.000 gevoegd waarop de grenzen van de landbouwgrond waarvoor de subsidie wordt aangevraagd zijn aangegeven, alsmede op die landbouwgrond gelegen wegen en paden. Digitale kaarten dienen te worden aangeleverd als GIS-bestand in de vorm van een shapefile. Gedeputeerde staten kunnen nadere technische eisen stellen waaraan deze bestanden moeten voldoen. indien op de landbouwgrond waarvoor een subsidie functieverandering is aangevraagd een recht van hypotheek is gevestigd, gaat een subsidie-aanvraag vergezeld van een verklaring van geen bezwaar van de natuurlijke of rechtspersoon die het recht van hypotheek toekomt. 4.Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan de agrarische collectieven Gebiedscoöperatie Rijn Vecht en Venen U.A., Agrarische Natuur en Landschapsvereniging De Lopikerwaard e.o., Coöperatie Agrarisch Natuurbeheer Utrecht Oost U.A., Collectief Alblasserwaard Vijfheerenlanden Coöperatie U.A. voor zover bestaande uit rechtspersonen of natuurlijke personen die zeggenschap hebben over een perceel krachtens: eigendom; erfpacht. Als eindbegunstigde van de subsidie worden grote ondernemingen uitgesloten. 5. Verplichtingen subsidieontvanger Wanneer subsidie wordt verleend is de eindbegunstigde verplicht om: binnen twaalf weken na verlening van de subsidie met de provincie Utrecht een overeenkomst af te sluiten, waarin is opgenomen: de kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek dat de eigenaar de grond niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein beheert overeenkomstig het landschapsbeheertype zoals voorgeschreven in de Index Natuur en landschap en datgene nalaat wat de veiligstelling van het landschapsbeheertype verstoort; en dat deze verplichting zal overgaan op al degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen; binnen vier weken nadat de overeenkomst tot stand is gekomen, op kosten van de provincie, de overeenkomst in de openbare registers in te laten schrijven als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het terrein; een afschrift van de kwalitatieve verplichting binnen vier weken na inschrijving in de openbare registers toe te zenden aan de Gedeputeerde Staten; het betreffende element door de provincie Utrecht op te laten nemen op de kaart landschapselementen op afgewaardeerde grond, welke valt onder de Omgevingsverordening met bijbehorende activiteitenregels; op de uit productie genomen gronden binnen twee jaar na subsidieverlening landschapselementen te realiseren, en wel zodanig dat nadelige milieueffecten worden voorkomen. Tot dan moeten de cultuurgronden in een goede landbouw- en milieuconditie worden gehouden overeenkomstig artikel 13 van de Verordening (EU) 2021/2115 en de toepasselijke uitvoeringsbepalingen. 6. Weigeringsgrond Onverminderd artikel 4.6 van de Asv wordt subsidie geweigerd: voor aanleg van kleine landschapselementen op bouwkavels of tuinen, tenzij het om een in het landelijk gebied gelegen bouwkavelgrens of tuingrens gaat die voor maximaal 10% deel uitmaakt van een groter landschapselement die via deze regeling wordt aangelegd; voor aanleg van kleine landschapselementen op gronden in eigendom van waterschappen, gemeenten of andere overheden; voor aanleg van kleine landschapselementen die dienen tot uitvoering van wettelijke verplichtingen of een bestaand convenant, een bestaande regeling of afspraak; als de subsidiabele activiteiten reeds zijn begonnen voor de subsidieaanvraag is ingediend; subsidie wordt aangevraagd door een onderneming die niet aan de relevante Unienormen of nationale wet- en regelgeving voldoet en op basis daarvan hun productie hoe dan ook moet stopzetten; als de subsidieaanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C 249/01); als er een uitstaand bevel tot terugvordering is ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. 7. Cumulering van steun Een subsidie wordt niet verstrekt voor zover op de landbouwgrond of het natuurterrein nog verplichtingen rusten op grond van deze regeling of enige andere regeling, op grond waarvan een subsidie is verstrekt met betrekking tot agrarisch natuurbeheer of natuurbeheer. In het geval dat subsidie onder de Catalogus Groenblauwe Diensten met andere subsidie voor dezelfde in aanmerking komende kosten wordt gecumuleerd, worden de krachtens de onderhavige regeling toe te kennen bedragen zodanig beperkt dat het totale subsidiebedrag samen niet hoger is dan de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, het maximale subsidiebedrag uit deze regeling, de maximale steunintensiteiten of het maximale steunbedrag op grond van de toepasselijke Europese voorschriften. De aanvrager verklaart in het aanvraagformulier óf en zo ja welke andere subsidies hij voor de activiteit, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ontvangt en door wie die subsidies worden verstrekt. 8. Openstelling Gedeputeerde staten kunnen een of meerdere keren per jaar een openstellingsbesluit vaststellen voor het verstrekken van subsidies op grond van dit artikel. In het openstellingsbesluit kan een nadere omschrijving worden gegeven van de doelgroep en de activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd en worden het subsidieplafond en de periode van openstelling vastgesteld. Tenzij in het openstellingsbesluit anders is bepaald, wordt de subsidie verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. 9.Europese regelgeving Als sprake is van staatssteun, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met het Besluit van de Europese Commissie van 26 oktober 2018, C(2018) 6937, met betrekking tot steunmaatregel SA.44848 (2017/N) (Catalogus Groenblauwe diensten).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel