Naar hoofdinhoud
2.3.1 Subsidiecriteria In het kader van het meerjarendoel 2.3.1 (de betrokkenheid van inwoners bij natuur is groter en de samenwerking tussen bij natuur betrokken partijen is beter) uit de Programmabegroting kan subsidie worden verstrekt voor de volgende activiteiten: natuureducatie, natuurbeleving of voedseleducatie voor kinderen, bij voorkeur uit versteende wijken, of; coördinatie en organisatie van de gezamenlijke onder a. bedoelde activiteiten. Subsidie wordt slechts verstrekt als de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de volgende criteria: de gemeentelijke trekker van Groen doet Goed participeert in het netwerk van Groen doet Goed in de provincie Utrecht; waar mogelijk zijn terreinbeheerders betrokken bij de activiteiten. 2.3.2 Subsidieontvangers (doelgroep) Subsidie kan worden verstrekt aan gemeenten, andere publiekrechtelijke rechtspersonen of stichtingen die natuureducatie en natuurbeleving verzorgen namens een gemeente. 2.3.3 Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht het Jaarprogramma aan te leveren aan IVN Natuureducatie ter voorbereiding van de aanvraag van de subsidie volgens het door IVN beschikbaar gestelde format. De subsidieontvanger is verplicht monitoringsgegevens en teksten voor het gezamenlijke Jaarverslag Groen doet Goed aan te leveren aan IVN Natuureducatie. 2.3.4 Openstelling Gedeputeerde Staten kunnen een of meerdere keren per jaar een openstellingsbesluit vaststellen voor het verstrekken van subsidies op grond van dit onderdeel van deze subsidieregeling; In het openstellingsbesluit, bedoeld in het eerste lid, geven Gedeputeerde Staten nadere invulling aan: het subsidieplafond; de periode van openstellen. 2.3.5 Hoogte van de subsidie de subsidie bedraagt maximaal €15.000,-; de subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten; 2.3.6 Subsidiabele kosten De volgende kosten zijn subsidiabel: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding van de aanvraag (bijvoorbeeld voor overleg met lokale betrokkenen en het opstellen van een projectplan) tot een maximum van 15% van de projectkosten; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor coördinatie, begeleiding en uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; kosten voor de inzet van vrijwilligers; materiaalkosten in verband met de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; vervoerskosten; communicatiekosten; kosten onvoorzien tot een maximum van 7% van de projectsom. 2. De volgende kosten zijn niet subsidiabel: de kosten voor aanleg van groen zoals speelnatuur of een groenblauw schoolplein.

Rechtspraak bij dit artikel