1. Als de verzoeker de verplichtingen (zoals genoemd in artikel 9.) niet of onvoldoende nakomt kan er besloten worden om de schuldhulpverlening te beëindigen. De verzoeker ontvangt dan een beschikking van Stichting Kredietbank Nederland namens het college.
2. Daarnaast kan er besloten worden om de schuldhulpverlening te beëindigen als:
a. Het traject van schuldhulpverlening succesvol is afgerond;
b. De verzoeker de beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken om de schulden af te lossen;
c. Blijkt dat de verzoeker schuldhulpverlening krijgt op grond van onjuiste gegevens;
d. De verzoeker zich misdraagt tegen de medewerkers die de schuldhulpverlening uitvoeren;
e. De verzoeker in staat is om zelf zijn schulden te regelen, dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren of met hulp van een bewindvoerder;
f. De geboden schuldhulpverlening niet (langer) passend is, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker;
g. De schuldhulpverlening niet langer noodzakelijk is;
h. De verzoeker verzoekt om stoppen dan wel intrekken van de schuldhulpverlening;
i. De inkomens-, woon- of leefsituatie van de verzoeker zo onzeker is dat schuldhulpverlening niet of nog niet mogelijk is;
j. De vrijwillige schuldregeling niet geslaagd is en de verzoeker geen gebruik wil maken van het wettelijk schuldregelingstraject (WSNP);
k. De verzoeker verhuist naar een andere gemeente vóór het aangaan van de schuldregelingsovereenkomst.
3. Voordat wordt besloten de geboden schuldhulpverlening te beëindigen, krijgt de verzoeker een redelijke termijn om alsnog de ontbrekende informatie in te leveren of medewerking te verlenen. Dit geldt alleen voor de beëindigingsgronden zoals genoemd in het eerste lid en in het tweede lid.
4. Een traject van schuldhulpverlening eindigt van rechtswege bij het overlijden van de verzoeker.
Artikel 10
Beëindiging van schuldhulpverlening
Onderdeel van Beleidsregel Schuldhulpverlening gemeente Epe