Naar hoofdinhoud
Onverminderd het bepaalde onder beleidsregel nummer 4 worden kosten van uitkering, indien deze aan een gezin wordt verleend, van alle gezinsleden teruggevorderd. Indien de uitkering als gezinsbijstand of –uitkering aan gehuwden had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven omdat belanghebbende de verplichtingen, bedoeld in artikel 17, eerste lid van de PARTICIPATIEWET, de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet SUWI, artikel 13, eerste en tweede lid, van de IOAW, artikel 13, eerste en tweede lid, van de IOAZ, niet of niet behoorlijk is nagekomen, kunnen de kosten van bijstand of uitkering mede worden teruggevorderd van de persoon met wiens middelen als bedoeld in artikel 31van de PARTICIPATIEWET, artikel 8 van de IOAW, artikel 8 van de IOAZ, bij de verlening van deze uitkering rekening had moeten worden gehouden. De onder a. en b. genoemde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de kosten van bijstand of uitkering die worden teruggevorderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel