**1..** Uit het bepaalde in deze beleidsregel kan blijken wanneer het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek zal uitvoeren en wanneer een Bibob-onderzoek kan worden uitgevoerd.
**2..** Het bepaalde in lid 1 laat onverlet dat al dan niet in afwijking van de beleidsregel tot uitvoering van een Bibob-onderzoek kan worden besloten, indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.
** 3. .** Het bestuursorgaan kan in ieder geval een Bibob-onderzoek uitvoeren wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat sprake is van een mindere mate van gevaar of een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet, op grond van:
informatie die bij het bestuursorgaan bekend is;
informatie verkregen van het Bureau, zoals een tip als bedoeld in artikel 11 van de wet;
informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC;
informatie verkregen op grond van artikel 26 van de wet;
informatie van andere bestuursorganen;
informatie uit open bronnen, of;
overige signalen en/of vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de wet.