1. Een inwoner met een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen komt in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten van maatschappelijke participatie bedoeld in artikel 6.
2. Inwoners hebben geen recht op een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel als:
a. zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben of, als zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben en het bepaalde in artikel 11, tweede lid Participatiewet op hen niet van toepassing is.
b. hen rechtens hun vrijheid is ontnomen.
c. zij student zijn met recht op studiefinanciering (Wet studiefinanciering 2000), of een tegemoetkoming voor scholieren (Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten).
3. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt als:
a. blijkt dat voor de inwoner in het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan voor hem al eenzelfde bijdrage werd ontvangen door die inwoner of door zijn of haar ouders/ verzorgers;
b. deze betrekking heeft op een kalenderjaar vóór het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend.
4. Een wijziging in de persoonlijke en/of financiële omstandigheden van de inwoner na de datum waarop op de aanvraag voor een bijdrage is beslist, is niet van invloed op het eerder genomen besluit, behoudens een verhuizing van de inwoner naar een andere gemeente, niet zijnde een gemeente die deel uitmaakt van het Werkplein Hart van West-Brabant. In dat geval vervalt de eerder toegekende, maar nog niet verbruikte tegemoetkoming per de datum van verhuizing.
5. Als de inwoner zijn inlichtingenplicht niet, niet tijdig of niet volledig nakomt, kan:
a. de aanvraag voor een bijdrage worden afgewezen;
b. een eerder toegekend recht op een tegemoetkoming worden beëindigd en ingetrokken.
Hoofdstuk 1
Artikel 2.
Recht op een tegemoetkoming maatschappelijke participatie
Onderdeel van Beleidsregel tegemoetkoming maatschappelijke participatie gemeente Halderberge