1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning:
a. een uitweg te maken naar de weg;
b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:
a. de bruikbaarheid van de weg;
b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement en/ of de Provinciale wegenverordening.
4. Het verbod in het eerste lid geldt niet indien een uitweg reeds vóór 12 april 2005 aanwezig is.
Hoofdstuk 2. Openbare orde › Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg