De applicatiebeheerder voorziet in:
de communicatie bij storingen in hard- en software;
de verzorging een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden;
de toekenning van de autorisatieniveaus voor de toepassing van actualiseringen, aan de gegevensverwerkers, de gegevensbeheerder, Functioneel Beheer Burgerzaken en de informatiebeheerder, op grond van een besluit van de informatiebeheerder;
de bijhouding van een dossier omtrent de autorisaties, die overeenkomstig artikel 8 door de informatiebeheerder zijn toegekend;
het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur;
de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem;
de bijhouding van een verzameling van alle problemen en klachten, die bij het gebruik van het toepassingssysteem ontstaan;
een oplossing, eventueel door inschakeling van de systeembeheerder of een derde, voor de onder artikel 20 onder g. genoemde problemen en klachten;
de voorlichting aan de in artikel 2 en 3 genoemde functionarissen, met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem;
de coördinatie van werkzaamheden, in geval van uitwijk in overleg met systeembeheer;
de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de Basisregistratie personen worden ontleend;
de afhandeling van verzoeken omtrent managementgegevens;
een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen het toepassingssysteem, zo nodig door inschakeling van een derde.
Hoofdstuk 6:
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Regeling beheer en toezicht Basisregistratie personen Raalte