De rechten, bedoeld in artikel 4 onder F.1.a. en F.2.a. moeten, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden voldaan uiterlijk drie maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking hiervan geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Andere rechten als die bedoeld in artikel 4 onder F.1.a. en F.2.a. moeten, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald binnen 1 maand na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.