Deze nadere regels verstaan onder:
a.
graf:
een ruimte bestemd voor het begraven van overledenen en/of het bijzetten van asbussen;
b.
verstrooiingsplaats:
een plaats waarop as wordt verstrooid, ook wel strooiveld genoemd;
c.
grafbedekking:
gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf, grafkelder, gedenkplaats of verstrooiingsplaats;
d.
gedenkteken:
steen, zerk of ander monument, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;
e.
zerk:
langwerpige, rechthoekige liggende steenplaat;
f.
boomschijf:
een onbehandelde houten schijf van max. 0,75 meter ( bij urnengraven max. 0,60 meter) doorsnede met inscriptie, geleverd door de gemeente;
g.
natuurstenen tegel:
een natuurstenen monument met de afmeting 50 bij 50 cm met inscriptie, geleverd door de gemeente.
h.
herdenkingsplaatje:
een plaatje van beperkte afmetingen op een gedenkteken voor
algemeen gebruik waarop de aanvrager een inscriptie kan laten aanbrengen
i.
grafbeplanting:
winterharde beplanting op een graf.