Naar hoofdinhoud
1.. De aanvraag tot verkrijging van een graf moet worden ingediend bij het college. 2.. De termijn van het grafrecht begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf of de reservering is uitgegeven. 3.. Het college verleent het uitsluitend grafrecht op een particulier graf voor de tijd die in de nadere regels is vastgesteld, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat. 4.. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een periode van 10 jaar dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd bij het college door de rechthebbende, of indien deze is overleden, door één van de in artikel 14, bedoelde personen. 5.. Een particulier grafrecht kan slechts aan één rechthebbende worden verleend. 6.. Het uitsluitend grafrecht wordt door het college schriftelijk bevestigd aan de rechthebbende middels een grafakte. 7.. De rechthebbende is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn actuele adres bij het college bekend is. 8.. Als aanschrijvingen zijn verzonden naar het door de rechthebbende laatst opgegeven (buitenlandse) adres, kan deze zich nimmer op het niet ontvangen daarvan beroepen. 9.. Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende te allen tijde schriftelijk afstand doen van het grafrecht op het particuliere graf ten behoeve van de gemeente. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel