Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.1

Eigen bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2023

1.. Het college vraagt een eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb of bij verordening aangewezen algemene voorziening (artikel 2.1.4, derde lid van de wet) zolang de cliënt de maatwerkvoorziening gebruikt of in het bezit is van de voorziening; bij een periodieke verstrekking van een pgb: over iedere periode waarover een pgb is verstrekt; zolang de cliënt gebruik maakt van de bij verordening aangewezen algemene voorziening. De looptijd van de eigen bijdrage eindigt zodra de kostprijs van een voorziening is voldaan. 2.. De bij verordening aangewezen algemene voorziening is de huishoudelijke ondersteuning. Voor de overige algemene voorzieningen geldt geen eigen bijdrage. 3.. De eigen bijdrage wordt vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4.. Voor de volgende maatwerkvoorzieningen hoeft een cliënt geen eigen bijdrage te betalen: Begeleiding; Kortdurend verblijf; Opvang voor dakloze jongeren van 18 tot 23 jaar; Trajectbegeleiding als onderdeel van een opvangvoorziening; Aanpassing in een gemeenschappelijke ruimte; Een eerste grote schoonmaak bij zwaar vervuilde huishoudens; Een financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en herinrichting; Een pgb voor lokale verplaatsingen zoals omschreven in artikel 10.1 van de verordening. 5.. In overeenstemming met artikel 3.8, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bestaat de hoogte van de ritbijdrage voor het gebruik van het collectief vervoer uit een starttarief en een tarief per gereden kilometer, gelijk aan het kilometertarief dat in het openbaar busvervoer verschuldigd is. Het college stelt jaarlijks de hoogte van het starttarief vast in het Uitvoeringsbesluit Wmo gemeente Haarlem. 6.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb voor een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de in artikel 2.1.5 van de wet genoemde persoon of personen. 7.. Het innen van de eigen bijdrage voor opvang gebeurt door de instelling die de opvang verzorgt of de Brede Centrale Toegang (BCT). Tenzij het college in de afspraken met de instelling of anderszins hiervan nadrukkelijk afwijkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel