Voor alle bevoegde gezagen voor het Besluit bodemkwaliteit (verder Bbk) gelden de generieke beleidsregels. Het Bbk biedt gemeenten en andere bevoegde gezagen de beleidsvrijheid om de regels inzake grondverzet gebiedsspecifiek te maken, zodat deze meer aansluiten bij het karakter van het gebied en de gebiedsopgave.
Het opstellen van gebiedsspecifiek bodembeleid, vastgelegd in een nota en onderbouwd door een BKK, vindt plaats volgens het stappenplan uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (Ministeries van VROM en V&W, september 2007).
De gemeente Leusden heeft voor gebiedsspecifiek bodembeleid gekozen om zo het grondverzet goedkoper en duurzamer te maken en de mogelijkheden voor hergebruik van gebiedseigen grond te verruimen. Het beleid is beschreven in de voorliggende nota. De BKK geeft inzicht in respectievelijk de te verwachten kwaliteit van te ontgraven en weer toe te passen grond en de kwaliteit van ontvangende bodem binnen de gemeentegrens van Leusden. Wanneer aan de (gebiedsspecifieke) toepassingseis voldaan wordt is de toepassing toegestaan.
Over de totstandkoming van de BKK is een rapport opgesteld, met als titel: Bodemkwaliteitskaart gemeente Leusden (zie bijlagen 1 en kaartbijlagen 2 t/m 4). Na vaststelling van het gebiedsspecifieke beleid door de gemeenteraad van Leusden mag, onder de voorwaarden uit de nota, de BKK als bewijsmiddel voor de milieukwaliteit van grond worden gebruikt bij het grondverzet.
In deze nota worden de voorwaarden beschreven waaraan voldaan moet worden bij hergebruik of toepassing van grond en baggerspecie op de landbodem. De term grond komt vaak voor in de nota. Sinds invoering van het Bbk valt ook baggerspecie onder het begrip grond.
De nota is bestemd voor professionele partijen zoals overheden, bedrijven en adviesbureaus die bij de uitvoering van werkzaamheden grond en/of baggerspecie willen (laten) hergebruiken of toepassen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.2
Doel en aanleiding om gebiedsspecifiek bodembeleid op te stellen
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Leusden