Wetgeving
De gemeente Leusden heeft gekozen voor gebiedsspecifiek beleid. De belangrijkste redenen hiervoor is de wens om het grondverzet eenvoudiger, goedkoper en duurzamer te maken. Door gebiedsspecifieke bodemkwaliteitsnormen vast te stellen wordt er een balans gecreëerd tussen het behoud van de huidige bodemkwaliteit en het verruimen van de mogelijkheden voor grondverzet binnen en tussen de gemeenten. Door meer mogelijkheden te creëren om gebiedseigen grond her te gebruiken waar dit milieuhygiënisch verantwoord is, worden niet alleen veel kosten bespaard, maar wordt het grondverzet ook duurzaam. In hoofdstuk 4 zijn de beleidsregels van het gebiedsspecifieke beleid beschreven.
In het Bbk zijn veel onderwerpen geregeld die landelijk gelden en waar gemeenten geen vrijheid hebben voor het stellen van nadere regels. Het betreft bijvoorbeeld:
kwaliteitscriteria voor bodemwerkzaamheden (Kwalibo);
toepassen van bouwstoffen;
toepassen van grond en baggerspecie in grootschalige bodemtoepassingen;
direct nat verspreiden van baggerspecie op aangrenzende percelen;
de meldingsprocedure voor het toepassen/tijdelijk opslaan van grond (en bagger).
Omdat de wetgeving voor bovengenoemde onderwerpen landelijk uniform is, is hiervoor in deze nota waar nodig verwezen naar het Bbk, de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit en de Handreiking Besluit bodemkwaliteit. De nota is dus nadrukkelijk geen samenvatting van het Bbk. Onderwerpen die vaak tot discussie leiden of zeer essentieel zijn, worden toegelicht in voorliggende nota. In geval er sprake is van tegenstrijdigheden, geldt dat de wetgeving voor de genoemde onderdelen leidend is boven deze nota.
Stoffenpakket en bodemlaag
De BKK is vastgesteld voor de stoffen uit het standaard stoffenpakket voor de landbodem:
Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink;
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK);
Polychloorbifenylen (PCB);
Minerale olie.
Voor de stofgroep PFAS is in opdracht van de provincie Utrecht separaat gebiedsspecifiek beleid opgesteld voor de gehele provincie en vastgelegd in de “Beleidsnota PFAS provincie Utrecht” (7 april 2021) met bijbehorende PFAS-kaarten. De gemeente Leusden heeft er eerder voor gekozen om dit PFAS beleid vast te stellen.
Verder is de BKK vastgesteld voor de bodemlaag 0,0 – 2,0 m-mv waarbij een onderverdeling is gemaakt in bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) en ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv).
Aansprakelijkheid en geldigheidsduur
Na vaststelling van de BKK en nota bodembeheer van de gemeente Leusden en de Beleidsnota PFAS met bijbehorende BKK, wordt de BKK een wettig bewijsmiddel voor grond afkomstig van onverdachte terreinen. Dit geldt zowel voor de locatie van herkomst- als voor de toepassingslocatie. De eigenaar van het perceel waar de grond wordt toegepast blijft echter verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bodem op zijn perceel. De gemeente, als bevoegd gezag, en toezichthoudende instanties kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortvloeit uit een onjuiste toepassing van grond of baggerspecie.
De nota bodembeheer wordt vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar. De BKK heeft een geldigheid van maximaal 5 jaar. Na 5 jaar kan ervoor gekozen worden om de kaart nog 5 jaar te verlengen. Om te bepalen of de BKK ongewijzigd verlengd kan worden, moet een verplicht stappenplan doorlopen worden. Hierbij moet worden beoordeeld of nieuwe gegevens en/of regelgeving leiden tot een noodzaak tot herziening van de kaarten en de nota bodembeheer. Als er wijzigingen in de BKK optreden moet deze opnieuw worden vastgesteld. Als de BKK niet wijzigt, kan het Verlengingsbesluit door het college van B&W worden genomen. Zo nodig dient ook de nota bodembeheer na 5 jaar te worden aangepast en opnieuw te worden vastgesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.5
Reikwijdte van de nota bodembeheer
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Leusden