Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Ontstaan van de belastingschuld

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2023

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 2.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 3.. Indien de belastingplicht, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven; 4.. Indien de belastingplicht, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel c, is verschuldigd op het tijdstip waarop het parkeerkraskaartenboekje wordt verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel