Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Vervoer

Onderdeel van Verordening Zorg voor Jeugd 2023 gemeente Apeldoorn

1.. Het college kent op aanvraag een vervoersvoorziening toe als: de jeugdige is aangewezen op een door het college toegekende individuele voorziening voor jeugdhulp bij een jeugdhulpaanbieder buiten de gemeente Apeldoorn als: Sprake is van een medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige die het zelfstandig reizen met het openbaar vervoer onmogelijk maakt en De jeugdige geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden, zoals: op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn omgeving; door, al dan niet (gedeeltelijk), gebruik te maken van een overige voorziening; door, al dan niet (gedeeltelijk), gebruik te maken van een andere voorziening. de jeugdige niet in staat is zelfstandig te reizen, bij de ouders sprake is van een aantoonbare medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid waardoor hij of de andere personen uit zijn omgeving de jeugdige niet kan vervoeren of met de jeugdige meereizen; er geen andere mogelijkheid is die de jeugdige in staat stelt de jeugdhulp te ontvangen die in de toekenningsbeschikking is vastgelegd. 2.. De hoogte van de vervoersvergoeding per kilometer bij gebruik van eigen vervoer bedraagt maximaal het tarief zoals bepaald in het meest recente Handboek loonheffing van de Belastingdienst; 3.. De hoogte van de vergoeding voor openbaar vervoer bedraagt maximaal de reiskosten van het openbaar vervoer 2e klas; 4.. De aanvraag voor een vervoersvoorziening op grond van de Jeugdwet wordt ingediend overeenkomstig artikel 8 lid 1 of lid 4 Vervoerskosten die zijn gemaakt voordat deze schriftelijk zijn aangevraagd, komen in beginsel niet voor vergoeding door het college in aanmerking Vervoerskosten die zijn gemaakt voordat deze schriftelijk zijn aangevraagd, komen in beginsel niet voor vergoeding door het college in aanmerking. 5.. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen het hoofdverblijf van de jeugdige en de dichtstbijzijnde goedkoopst adequate voorziening voor jeugdhulp, zoals bedoeld in artikel 12 lid 1 6.. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening vergoedt het college aan de ouders die een jeugdige zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren naar de jeugdhulpaanbieder een bedrag van ten hoogste € 0,38 per kilometer dat het kind meereist. De te vergoeden kilometers worden berekend op basis van de kortste route via de ANWB routeplanner. 7.. Het college verstrekt aan de ouders van de jeugdige, die voldoet aan de voorwaarden in het eerste lid van dit artikel, een vergoeding op basis van de reiskosten van het openbaar vervoer 2e klas. Indien meereizen met de jeugdige in het openbaar vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de reiskosten welke verbonden zijn aan het meereizen met de jeugdige in het openbaar vervoer. Het college verstrekt aan de ouders van de jeugdige, die voldoet aan de voorwaarden in het eerste lid van dit artikel , een vergoeding van ten hoogste de reiskosten 2e klas van één meereizende ouder indien door de ouders wordt aangetoond dat de jeugdige niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken. 8.. Het college verstrekt aan de ouders van een jeugdige, die voldoet aan de voorwaarden in het eerste lid van dit artikel, een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer als de jeugdige door de ernst van de medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid niet in staat is - ook niet met een meereizende ouder- van het openbaar vervoer gebruik te maken. Indien meereizen in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de reiskosten welke verbonden zijn aan het meereizen met de jeugdige in het aangepaste vervoer. 9.. Het college kent maximaal de kosten van de goedkoopst adequate vervoersvoorziening toe. 10.. Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet doen een jeugdige en zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een vervoersvoorziening. Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening doet het college onderzoek en neemt een besluit. Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, doet het college onderzoek en neemt een besluit. Een ten onrechte genoten vervoersvoorziening wordt van de ouders teruggevorderd, dan wel verrekend met een vervoersvoorziening waar recht op bestaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel