Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen in natura en pgb

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Apeldoorn 2023

1.. Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb, zolang de maatwerkvoorziening is toegekend. 2.. De bijdrage in de kosten wordt vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De hoogte van de bijdrage overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 3.. De kostprijs voor een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 4.. Als een maatwerkvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen; en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner. 5.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening in natura en pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 6.. De inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor intramuraal verblijf Beschermd Thuis, zolang de inwoner van deze maatwerkvoorziening gebruikt maakt. De eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen en het vermogen van de inwoner en zijn of haar eventuele partner . 7.. De bijdrage is niet verschuldigd: indien de inwoner of de partner van de inwoner een bijdrage als bedoeld in artikel 3.11 of 3.12 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 verschuldigd is; indien de inwoner of zijn partner gedurende twee of meer nachten aaneengesloten in de bijdrageperiode in een instelling voor maatschappelijke opvang verblijft; indien het college, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of het AMHK, van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige door de ouder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; voor een rolstoel; voor een inwoner die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van woningaanpassingen; door de gehuwde inwoner of de gehuwde inwoners tezamen, waarvan ten minste een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt; indien het college van oordeel is dat er voor de vast te stellen bijdrage onvoldoende betalingscapaciteit aanwezig is bij de inwoner; indien het college van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage nadelige gevolgen heeft voor de doelstellingen van een integrale dienstverlening of persoonsgerichte aanpak van een inwoner die gericht is op het zich kunnen handhaven in de samenleving, het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven of de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente; indien het inkomen van de inwoner niet hoger is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onder c, van de Participatiewet (deze uitzondering is niet van toepassing op ‘Wonen/ Verblijf’); voor autokosten; voor eenmalige verhuiskostenvergoeding. voor crisisopvang; voor respijtzorg thuis, basis en complex. voor Werkt mee.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel