Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.6

Artikel 67.

Samenloop bij weigeren uitkering IOAW/IOAZ

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2023

1.. Het college weigert de uitkering tijdelijk geheel of gedeeltelijk naar de mate waarin de belanghebbende uit of in verband met arbeid inkomen als bedoeld in artikel 8 van de IOAW of IOAZ zou hebben kunnen verwerven, als: aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de belanghebbende een verwijt kan worden gemaakt; de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd; de belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; of de belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt. 2.. Het college kan afzien van de in het eerste lid genoemde weigering als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 3.. Als het college de uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 20, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen blijvend of tijdelijk weigert en de gedraging die tot deze weigering heeft geleid tevens op grond van dit hoofdstuk tot een verlaging zou kunnen leiden, blijft een verlaging ter zake van die gedraging achterwege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel