De verhouding tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wmo 2015 is als volgt geregeld:
Als naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van de Wmo 2015, dan verleent het college geen voorziening op grond van de Jeugdwet.
Voorbeelden van voorzieningen die onder de Wmo 2015 vallen – waardoor er op grond van het vorige lid géén aanspraak op een voorziening op grond van de Jeugdwet bestaat – zijn in ieder geval:
voorzieningen in de vorm van hulpmiddelen, woningaanpassingen en een gebarentolk;
een vervoersvoorziening om te kunnen reizen naar verschillende locaties, zoals sportvereniging en recreatieplekken;
een individuele voorziening voor opvang, indien jeugdige met ouder(s) meekomt als een ouder de thuissituatie moet verlaten, vanwege bijvoorbeeld relationeel geweld, mishandeling of een huisuitzetting.
HOOFDSTUK 1
Artikel 15.
Verduidelijking verhouding Jeugdwet en Wmo 2015
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2023