**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef als bedoeld in artikel 18, lid 2, van de Participatiewet wordt afgestemd op de ernst van de gedraging. De gedraging kan tijdens of voorafgaand aan de uitkering hebben plaatsgevonden.
**2..** Bij de volgende verwijtbare gedraging wordt een verlaging van 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand opgelegd:
de belanghebbende heeft verwijtbaar algemeen geaccepteerde arbeid of werk als zelfstandige verloren en moet daardoor een beroep doen op een uitkering van de gemeente;
de belanghebbende heeft verwijtbaar geen recht (meer) op een voorliggende voorziening in de zin van artikel 15 Participatiewet;
de belanghebbende heeft verwijtbaar inkomsten en/of vermogen verloren.
**3..** Als de belanghebbende onverantwoorde besteding heeft gedaan van financiële middelen, dan verlaagt het college, in afwijking van lid 2 van dit artikel, de bijstandsnorm als volgt
10 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000;
20 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000 tot € 2.000;
40 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000 tot €4.000;
100 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 4.000 of hoger;
30 % van de bijstandsnorm gedurende één maand wanneer het benadelingsbedrag niet is vast te stellen.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.6
Artikel 62.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2023