De belasting bedoeld in artikel 5 lid 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 5 lid 2 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Als de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing, als de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
De belasting, bedoeld in artikel 5 lid 3 en 4 is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Hoofdstuk
Artikel 8.
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsheffingen 2023