Naar hoofdinhoud
De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden: voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, dit schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet; op de door de gemeente opengestelde wijze aangifte te doen van het aantal overnachtingen. Indien de belastingplichtige hierin in gebreke blijft, wordt de aanslag toeristenbelasting opgelegd aan de hand van een schatting van het aantal overnachtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel