Eerste lid
Goedkoopst compenserend
De naar objectieve maatstaven gemeten "goedkoopst compenserende" voorziening geldt als norm voor de verstrekking (Verordening art. 5.3). Compenserend houdt in dat de voorziening haar doel moet bereiken op het gebied van zelfredzaamheid en/of participatie. Voldoen meerdere voorzieningen aan dit criterium, dan zal de gemeente de goedkoopst compenserende voorziening beschikken.
Als de cliënt een duurdere voorziening wil (die eveneens compenserend is) komen de meerkosten voor rekening van de cliënt. In dergelijke situaties zal de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een persoonsgebonden budget gebaseerd op de goedkoopst compenserende voorziening.
Artikel 5.3, tweede lid
Geen toelichting.
Artikel 5.3, derde lid, sub a.
Aanspraak op andere wetgeving
Hoewel niet limitatief beschreven kan er in een aantal gevallen aanspraak gemaakt worden op andere wetgeving zoals:
Zorgverzekeringswet (Zvw)
De Zorgverzekeringswet geeft aan op welke medisch noodzakelijke zorg iemand recht heeft. De rijksoverheid beslist welke zorg in de basisverzekering zit (basispakket). Iedere cliënt is verplicht zich te verzekeren en zorgverzekeraars zijn verplicht verzekeringsplichtigen voor een basisverzekering te accepteren. Voor de minder noodzakelijk geachte vormen van zorg kunnen verzekerden kiezen om een aanvullende verzekering af te sluiten.
Wet langdurige zorg (Wlz)
Iemand kan zorg vanuit de Wlz aanvragen als er 24 uur per dag permanent zorg/toezicht in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen.
Iemand komt in aanmerking voor de Wlz als:
iemand zichzelf niet meer kan redden in de maatschappij;
er sprake is ernstige verwaarlozing;
er sprake is van lichamelijk letsel door een ziekte, aandoening of beperking;
de ontwikkeling van iemand ernstig wordt geschaad, al dan niet onder invloed van een ander;
de veiligheid van iemand ernstig wordt bedreigd.
Hulpmiddelen
Vanaf 1 januari 2013 is de uitleen van hulpmiddelen onder de werking van de Zorgverzekeringswet gebracht. Voor de beantwoording van de vraag of een verzekerde in aanmerking komt voor bepaalde hulpmiddelen via de uitleen is afhankelijk van de vraag of hij daar voor een beperkte of onzekere duur op is aangewezen (artikel 2.12 lid 2 Regeling zorgverzekering). Het gaat om rolstoelen, transferhulpmiddelen en hulpmiddelen voor het zich wassen en zorgdragen voor de toiletgang. In de praktijk kan overigens nog steeds de zes-maanden-termijn worden gehanteerd (2 x 3 maanden uitleen) zoals die gold tot 1 januari 2013.
Voor hulpmiddelen geldt vanaf 1 januari 2020 dat bewoners van Wlz-instellingen met en zonder behandeling hun (nieuwe) mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen niet meer uit de Wmo 2015 maar uit de Wlz krijgen:
voor de bewoners die al gebruik maken van een hulpmiddel via de Wmo 2015 komt een overgangsregeling;
voor Wlz-cliënten die met een persoonsgebonden budget, een volledig pakket thuis (vpt) of met een modulair pakket thuis (mpt) thuis wonen, blijft de verstrekking van hulpmiddelen vooralsnog onveranderd onder de Wmo 2015 vallen. Is sprake van een persoonsgebonden budget, een vpt of een mpt dan is juridisch namelijk van sprake van ‘thuis’ wonen. Wordt de Wlz-indicatie in natura verzilverd, dan is de situatie anders.
Vanaf 1 januari 2020 ontvangen cliënten in een Wlz-instelling mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) en hulpmiddelen voor zorgverlening en wonen die door meerdere verzekerden te gebruiken zijn (zoals een tillift) vanuit de Wlz. Ook als zij geen behandeling ontvangen.
Het gaat om de volgende mobiliteitshulpmiddelen: (elektrische) rolstoelen, aangepaste fietsen, scootmobielen, aangepaste wandelwagens/buggy’s en aangepaste autostoeltjes voor kinderen. Roerende voorzieningen zijn hulpmiddelen voor zorg en wonen die door meerdere personen gebruikt kunnen worden, zoals tilliften en douchestoelen. Deze voorzieningen worden onderdeel van de inventaris van zorginstellingen.
Participatiewet
De Participatiewet (P-wet) is geen aan de Wmo 2015 voorliggende voorziening. De P-wet is een vangnet in de Sociale Zekerheid, zowel in financiële zin als in de ondersteuning naar werk. De P-wet richt zich primair op de arbeidsparticipatie van mensen en de Wmo 2015 op de maatschappelijke ondersteuning van mensen. De P-wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden.
Artikel 5.3, derde lid, sub b. tot en met e.
Geen toelichting.
Artikel 5.3, derde lid, sub f.
Voorzienbaar
Als te voorzien is dat zich bij een persoon bepaalde beperkingen gaan voordoen mag van hem verwacht worden dat hij daarop anticipeert. Dit betekent echter niet dat beperkingen die ontstaan bij het ouder worden niet vanuit de Wmo 2105 moeten worden gecompenseerd. Als een persoon vanwege ouderdomsverschijnselen niet meer zelfstandig de slaapkamer op de bovenverdieping van de woning kan bereiken kan de gemeente zich niet beroepen op voorzienbaarheid.(zie uitspraak ECLI:CRVB:2018:2603). Dit is anders als een cliënt al eerder bepaalde beperkingen ondervond en toch ondanks die beperkingen keuzes maakte waarvan verwacht mocht worden dat dit in de toekomst problemen zou geven. Bij bijvoorbeeld een verhuizing nadat men al beperkingen ondervindt kan men daarmee al rekening houden.
Artikel 5.3, vierde lid, sub a.
Geen toelichting.
Artikel 5.3, vierde lid, sub b.
Hoofdverblijf
Een voorwaarde om voor een maatwerkvoorziening in aanmerking te komen is dat de cliënt zijn hoofdverblijf in de gemeente Borne heeft. Hoofdverblijf betekent meer dan alleen ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen ( BRP); de cliënt moet daadwerkelijk het grootste deel van de tijd in de gemeente verblijven.
Als de cliënt kan aantonen dat hij op korte termijn in de gemeente Borne komt wonen, kan -als hij nog niet staat ingeschreven in het BRP- de melding in behandeling worden genomen.
Vreemdelingen zonder verblijfsvergunning hebben geen zorgverzekering en kunnen ook geen zorgverzekering afsluiten. Zij hebben dan ook geen recht op de zorg, voorzieningen en collectieve regelingen die zijn opgenomen in de Zvw, Wlz en Wmo 2015.
Artikel 5.3, vijfde lid
Geen toelichting.
Artikel 5.3, zesde lid, sub a.
Geen toelichting.
Artikel 5.3, zesde lid, sub b.
Meerdere hoofdverblijven
Een woonvoorziening wordt slechts verleend als de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waar de voorziening wordt getroffen. In uitzonderingssituaties kan er sprake zijn van twee hoofdverblijven bijvoorbeeld bij kinderen van gescheiden ouders, die in co-ouderschap door beide ouders worden opgevoed. Als kan worden aangetoond, bijvoorbeeld door een ouderschapsplan, dat de cliënt daadwerkelijk de ene helft van de tijd bij de ene ouder woont en de andere helft van de tijd bij de andere ouder kan in die situatie, indien niet anders mogelijk, worden bepaald dat twee woningen aangepast worden. Echter zal de vertrekkende ouder altijd eerst, zo nodig in afstemming met de consulent, moeten onderzoeken of een verhuizing naar een geschikte woning mogelijk is.
Artikel 6, zesde lid, sub c. en sub d.
Bijzondere woonsituaties
In een aantal situaties zal geen sprake zijn van een resultaatsverplichting van de gemeente, omdat in die situaties sprake is van een bijzondere woonsituatie:
woningen die niet als zelfstandige woning dienst doen (hotels, pensions);
woningen die niet bedoeld zijn voor permanente bewoning (tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen);
(een) verhuurde kamer of kamers;
Het treffen van woonvoorzieningen in één van bovenstaande woonvormen is in het kader van de wet niet mogelijk.
Artikel 5.3, zesde lid, sub e.
Verhuizing naar een ongeschikte woning
Er zijn situaties waarbij de cliënt verhuist van een aangepaste en/of geschikte woning naar een woning die minder of helemaal niet is aangepast/geschikt. Dit is een verhuizing van een geschikte naar een niet geschikte woning. De gemeente heeft alleen een verantwoordelijkheid voor het aanpassen van de woning als er voor deze verhuizing een belangrijke reden bestaat en van de cliënt niet verwacht mag worden dat hij of zij zelfredzaam is in het oplossen van het probleem. De gemeente dient bij de berekening van de eventueel te vergoeden kosten een afweging te maken van alle individuele relevante factoren die voor een persoon van belang zijn.
Ook als iemand met (dreigende) beperkingen verhuist vanuit een voor hem of haar ongeschikt huis, dan verwacht de gemeente dat hij of zij deze gelegenheid aangrijpt om naar een geschikte woning te verhuizen. Hierbij wordt ook van de cliënt verwacht dat hij of zij rekening houdt met de toekomst.
Artikel 5.3, zesde lid, sub f.
Algemeen gebruikelijke renovatie van badkamer of keuken
Er worden geen voorzieningen verleend die algemeen gebruikelijk zijn voor de cliënt in kwestie. Dit betekent dat, als er sprake is van renovatie van voorzieningen die technisch of economisch zijn afgeschreven, in beginsel geen voorziening gericht op het wonen zal worden verstrekt. Voor zowel ingezetenen met als zonder beperkingen geldt immers dat voorzieningen na verloop van tijd moeten worden vervangen of aangepast aan de eisen van de tijd. Maar de gemeente moet gaan toetsen of de renovatie financieel gedragen kan worden door iemand met een minimuminkomen, ongeacht of iemand zelf een minimuminkomen heeft. Op basis van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep zullen de meeste badkamer- en keukenrenovaties niet meer zo snel als een algemeen gebruikelijke voorziening kunnen worden aangemerkt.
Artikel 5.3, zevende lid
Beschermd wonen
Bij het ‘beschermd wonen’ gericht op participatie gaat het om de cliënt die een beschermde woonomgeving en toezicht in een instelling nodig heeft, maar voor wie er geen noodzaak is voor opname vanwege een psychiatrische behandeling (beschermd wonen gericht op behandeling is onderdeel van de Zvw).
Het betreft die zorgvrager die vanwege zijn psychische beperkingen op meerdere momenten van de dag begeleiding en toezicht nodig heeft. De zorgverlening moet hem op relevante (onverwachte) momenten ondersteunen bij de oordeelsvorming over essentiële zaken in het dagelijkse bestaan. Hij kan de consequenties van eigen handelen niet overzien. Het mogelijke gevaar kan optreden als gevolg van het ontbreken van voldoende regie en regelvermogen.
Vanwege de psychische problemen is hij niet (altijd) in staat tijdig een zorgverlener op te roepen. Er doen zich dagelijks ongeplande zorgmomenten voor, waarbij de zorgverlener het initiatief moet nemen om op deze momenten de zorg te verlenen. Ook erkent betrokkene niet altijd de behoefte aan zorg, waardoor mogelijk gevaar kan ontstaan. Het wachten op de komst van de zorgverlener als zich ongeplande zorgmomenten voordoen brengt hem niet in levensgevaar.
Het kerndoel van verblijf op basis van ‘beschermd wonen’ is gericht op het creëren van de noodzakelijke voorwaarden om samenhangende zorg te kunnen leveren die in de thuissituatie van de zorgvrager niet adequaat of niet effectief geleverd kan worden. De zorgbehoefte is niet op te lossen met andere (voorliggende) voorzieningen en/of extramurale zorg.
Gemeente Borne kent een aantal woningen met cliënten met een indicatie voor beschermd wonen. Deze cliënten doen een beroep op voorzieningen van de gemeente Borne. Over de uitstroom (als een cliënt vanuit de beschermde woonvorm naar een zelfstandige woning gaat) worden werkafspraken gemaakt met de gemeente Enschede.
Toegang tot Beschermd Wonen
Een beschermende woonomgeving is een veilige en afgeschermde woon- en leefomgeving waar samenhangende zorg wordt geboden aan cliënten die door hun beperkingen niet in staat zijn zelfstandig te wonen en een mogelijk gevaar voor zichzelf of anderen vormen. De bescherming richt zich primair op de persoon zelf, niet op zijn omgeving of de maatschappij.
De toelating tot beschermd wonen wordt beoordeeld in samenspraak met de centrumgemeente Enschede. Om toegang tot deze voorziening te krijgen meldt een cliënt (of zijn begeleider) zich voor een screening bij de gemeente Borne of bij het consulenten beschermd wonen van de gemeente Enschede.
De cliënt dient aan de volgende eisen te voldoen:
psychiatrische aandoening én
wonen in de regio van de centrumgemeente Enschede of gegronde reden hebben om zich hier aan te melden én
behoefte hebben aan beschermende woonsetting.
Om tot een beschermde woonvorm te worden toegelaten moet duidelijk zijn dat mogelijk gevaar bestaat omdat de cliënt:
niet in staat is een adequaat oordeel te vormen in het dagelijkse bestaan (er zijn vaak regieproblemen) en/of
vaardigheden of remmingen mist om zich staande te houden in een zelfstandige woonomgeving en/of
op relevante momenten niet in staat is om hulp in te roepen.
Het betreft het niet adequaat kunnen alarmeren vanwege cognitieve, communicatieve en/of motorische beperkingen. Het gaat dan om: inzicht in risico’s, eigen wensen duidelijk kunnen maken, hanteren van alarmeringsapparatuur.
Beschermd Wonen is landelijk toegankelijk. Dit betekent dat ook cliënten uit andere gemeenten dan de regiogemeenten in onze regio gebruik kunnen maken van Beschermd Wonen. Als iemand uit een andere regio zich in onze regio meldt voor Beschermd Wonen is het vanzelfsprekend dat nagegaan wordt welke informatie bij de gemeente/regio van herkomst beschikbaar is.
Voor beschermd wonen gelden de volgende criteria:
Situatie:
Cliënt is niet dakloos (anders doorverwijzen naar de maatschappelijke opvang);
Cliënt is geen gevaar voor zichzelf of omgeving en bevindt zich niet in een acute psychische crisis (anders doorverwijzen naar GGZ crisisdienst);
Cliënt verblijft legaal in Nederland;
Cliënt is 18 jaar en ouder;
Er is sprake van psychiatrische problematiek (evt. in samenhang met verslaving);
Er is geen reclasseringstoezicht;
De cliënt is niet al aangemeld bij een aanbieder.
Hulpvraag:
Cliënt is niet in staat om een hulpvraag te stellen als hij ondersteuning nodig heeft en heeft ook niemand die dat voor hem/haar kan doen;
Cliënt kan de hulpvraag niet > 30 minuten uitstellen;
Cliënt heeft begrenzing in gedrag nodig, door agressie of veroorzaken overlast;
Er is een hoog risico op decompensatie en complicaties die kunnen leiden tot risicovolle situaties;
Heeft zeer beperkte ADL vaardigheden (algemene dagelijkse levensverrichtingen);
Heeft moeite met indelen van de dag (beperkte regie en oriëntatie);
Tijdsduur hulpvraag is langer dan drie maanden;
Aandoening is chronisch, uitzicht op herstel/verbetering is afhankelijk van –gecreëerde- omstandigheden.
Omvang bepalen
De gemeente Enschede bepaalt vanuit haar regierol het (gemiddeld) aantal etmalen per week en de geldigheidsduur van het besluit voor Beschermd Wonen tevens aan de hand van de prognose ten aanzien van de ziekte/aandoening, duur van de beperkingen en de mogelijkheden van de sociale omgeving. Als het een cliënt betreft die door Borne is aangedragen wordt de consulent van Borne hierbij betrokken.
De beschikking op de aanvraag om een maatwerkvoorziening ten behoeve van Beschermd Wonen zoals genoemd in artikel 2.3.5. van de wet, wordt gegeven door de gemeente waar de aanvraag is ingediend. Voor gemeente Borne is dat dus het college van Borne.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3
Voorwaarden en weigeringsgronden
Onderdeel van Nadere regels en Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borne 2023