Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Toekenning of afwijzing pgb

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Groningen 2023

Een pgb is alleen mogelijk indien: naar het oordeel van het college wordt voldaan aan alle voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb, en: er geen weigeringsgrond van toepassing is zoals omschreven in het vierde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid; de ondersteuning in voldoende mate zal bijdragen aan het bereken van het in het plan opgenomen beoogde resultaat; er op geen enkele manier druk is uitgeoefend op de inwoner om de dienstverlening, in welke vorm dan ook, van deze persoon of organisatie te betrekken; deze wordt besteed in het Europese deel van Nederland. Het college verstrekt geen pgb indien de kosten hiervan hoger zijn dan de kosten van een individuele voorziening in natura. Het college verstrekt geen pgb indien informele hulp niet leidt tot minimaal een gelijkwaardig niveau van ondersteuning dan bij professionele hulp het geval is, gelet op: de frequentie van hulp; het type hulp; de aard van de hulpvraag waaraan met de verstrekking van het pgb tegemoet wordt gekomen; de duur van de hulpvraag; de afhankelijkheidsrelatie, en; de mate van verplichting die voortvloeit uit het pgb en de daaraan verbonden voorwaarden voor de persoon van wie de ondersteuning betrokken wordt. Het college weigert een pgb te verstrekken als het college eerder een beslissing heeft herzien of ingetrokken, omdat: de inwoner of de pgb-beheerder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de inwoner of de pgb-beheerder niet heeft voldaan aan de verbonden voorwaarden aan een individuele voorziening of het pgb; de inwoner of de pgb-beheerder het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het is bestemd; Het college verstrekt geen pgb als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie dan wel ondersteuning die ambtshalve wordt verleend. Het college verstrekt geen pgb voor zover deze is bedoeld voor: kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het uitvoeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; de maatwerkvoorziening collectief vervoer. Het college verstrekt geen pgb voor ondersteuning door een pgb-aanbieder die fraude heeft gepleegd. Het college verstrekt geen pgb voor ondersteuning van een pgb-aanbieder waarbij er twijfels zijn over de integriteit van de pgb-aanbieder. Dat doet zich in ieder geval voor indien de pgb-aanbieder: betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de ondersteuning in gevaar brengen; verdacht is geweest van strafbare feiten dan wel daarvoor veroordeeld is geweest; bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft gekregen; bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd heeft gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom; er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de pgb-aanbieder en/of zijn directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden; zich niet professioneel gedraagt door intimiderend gedrag of doordat er meerdere incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn functie. Verstrekking de vorm van een pgb vindt niet of niet langer plaats als: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de inwoner en/of zijn pgb-beheerder problemen zal hebben bij het omgaan met een pgb; er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een pgb in het verleden; er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende bezwaren bestaan tegen de verstrekking.

Rechtspraak bij dit artikel