Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8.

Afwegingskader eigen kracht

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Midden-Groningen 2023

Om vast te stellen welke hulp van ouders verwacht mag worden op basis van eigen kracht, betrekt het college de volgende factoren: leeftijd van de jeugdige; aard van de hulp; frequentie en patroon van de hulp; tijdsomvang van de hulp. Het college moet vaststellen of degene waarvan oplossingen vanuit eigen kracht wordt verwacht: in staat is om de jeugdige noodzakelijke hulp te bieden; beschikbaar is om de noodzakelijke hulp te verlenen; in het geval van belemmeringen in de beschikbaarheid van ouders kan een kortdurende voorziening worden geboden om de gelegenheid te bieden de beschikbaarheid aan de ontstane situatie aan te passen; niet overbelast dreigt te raken door het bieden van de noodzakelijke hulp; indien er sprake dreigt te zijn van overbelasting, kan er een individuele voorziening worden ingezet voor dat deel van de hulp dat niet geboden kan worden op basis van eigen kracht; de inzet van jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting is altijd tijdelijk. Van ouder(s) wordt verwacht dat zij een plan van aanpak opstellen om de (dreigende) overbelasting aan te pakken en dat zij in de tijd dat jeugdhulp wordt gegeven werken aan dit plan; er moet een causaal verband zijn tussen de overbelasting en de hulp die iemand aan een jeugdige biedt. Bij overbelasting door een dienstverband van te veel uren of als gevolg van spanningen op het werk, zal de oplossing in de eerste plaats gezocht moeten worden in minder uren gaan werken of aanpak van de spanningen op het werk; wanneer de geldigheidsduur van de indicatie is verlopen en een herindicatie wordt aangevraagd, zal worden gekeken of en welke inspanningen zijn gedaan om de overbelasting terug te dringen; niet in de financiële problemen komt door het bieden van de hulp; het gezinsinkomen moet toereikend blijven, ongeacht het bieden van de hulp. Indien een ouder minder gaat werken om zelf hulp te bieden, betekent dit niet dat een eventuele daarmee gepaard gaande financiële teruggang gecompenseerd moet worden door een individuele voorziening; de ouder moet geen gedwongen keus maken tussen het verlenen van de jeugdhulp of het verkrijgen van een inkomen; indien ouder(s) stellen dat hun gezinsinkomen niet meer toereikend is doordat zij zelf hulp moeten leveren, kan dit aangetoond worden door middel van een draagkrachtberekening met behulp van de rekentool van het NIBUD, te raadplegen via https://persoonlijkbudgetadvies.nibud.nl. De genoemde factoren moeten telkens in samenhang worden beoordeeld, rekening houdend met de omstandigheden van de jeugdige en het gezin. Er is sprake van voldoende eigen kracht als er door het zelf verlenen van jeugdhulp door de ouder geen (onoplosbare) problemen ontstaan op één van de gebieden zoals benoemd in lid 2. Bij een (gedeeltelijke) afwijzing van een aanvraag tot het toekennen van jeugdhulp in verband met voldoende mogelijkheden binnen de eigen kracht, wordt op inzichtelijke wijze gemotiveerd waarom de gevraagde hulp voor de betreffende jeugdige op eigen kracht geboden kan worden en dat zich geen andere in deze nadere regels opgenomen omstandigheid voordoet waardoor het college desondanks een voorziening verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel