Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 26.

Regels voor bijdragen in de kosten voor Wmo voorzieningen

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein Kaag en Braassem 2023

1.. Voor een algemene voorziening wordt geen bijdrage in de kosten gevraagd. 2.. Voor een maatwerkvoorziening (in natura of pgb) kan aan de inwoner een bijdrage in de kosten gevraagd worden overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zolang hij gebruik maakt van de maatwerkvoorziening of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de inwoner en zijn echtgenoot of partner. 3.. Het college vraagt geen bijdrage voor: voorzieningen voor inwoners onder de 18 jaar; een (sport)rolstoel en het onderhoud hiervan, maar voor voorzieningen die van de rolstoel een vervoersvoorziening maken, wordt wel een bijdrage gevraagd; het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV); de compensatie van de meerkosten van onderhoud, reparatie en verzekering. 4.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb bedraagt ten hoogste de kostprijs/huurprijs van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura en wordt mede bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 5.. Het college vraagt een eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb zolang de voorziening gebruikt wordt, maar ten hoogste tot de kostprijs bereikt is. 6.. Bij de huur van een maatwerkvoorziening vraagt het college een eigen bijdrage zolang zij huur betaalt voor de voorziening. 7.. De hoogte van de eigen bijdrage wordt berekend conform de maximale bijdrage die mogelijk is op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en is gelimiteerd tot een bedrag gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura. 8.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb wordt vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

Rechtspraak bij dit artikel