Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 12.

Ondersteuning en voorzieningen voor arbeidsinschakeling

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein Kaag en Braassem 2023

1.. Het college biedt aan een belanghebbende ondersteuning of een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 2.. De omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van deze verordening hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van belanghebbende en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik kan maken van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot 5 jaar, en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo. 3.. Aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub a onder 4 en 7 van de Participatiewet kan het college een bijdrage vragen in de kosten van de voorziening. 4. . Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan de inzet van een voorziening nadere verplichtingen verbinden. 5. . Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, een voorziening weigeren als: De persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt geen belanghebbende is op grond van de verordening; De persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; De persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; De voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of Er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 6. . Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, een voorziening beëindigen als: De persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; De persoon die aan de voorziening deelneemt geen belanghebbende is op grond van de verordening; De persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; De voorziening naar het oordeel van het college niet langer bijdraagt aan een duurzame arbeidsinschakeling; De voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; De persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of De persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel