** 1. .** Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet aanbieden ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking.
** 2. .** Het college kan overige voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet aanbieden ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking.
** 3. .** Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, de volgende voorwaarden:
de persoon is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten;
de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen;
de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week;
het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is;
het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie;
er naar het oordeel van het college geen sprake is van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en
de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel.
** 4. .** Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever.
** 5. .** Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag.
** 6. .** Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling.
** 7. .** De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn.
** 8. .** Het college besluit binnen 8 weken op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen.
** 9. .** Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan:
welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt;
als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag;
de duur en intensiteit van de ondersteuning;
de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 13b
Voorwaarden en procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein Kaag en Braassem 2023