Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 2

Artikel 37.

Hoogte individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein Kaag en Braassem 2023

1.. Een individuele inkomenstoeslag wordt berekend van de norm genoemd in artikel 21 onderdeel b van de Participatiewet per 1 januari van het betreffende kalenderjaar en bedraagt per 12 maanden afgerond in hele euro’s voor: alleenstaanden: 30% van deze norm; alleenstaande ouders met kinderen tot 12 jaar: 35% van deze norm; alleenstaande ouders met tenminste 1 kind van 12 jaar of ouder: 40% van deze norm; gehuwden: 40% van deze norm; gehuwden met ten minste 1 kind in de leeftijd van 12 tot 18 jaar: 45% van deze norm. 2.. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13 van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden met inachtneming van artikel 32 lid 3 van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel