**1..** Het college besluit een maatwerkvoorziening te verstrekken voor zover in het verslag of integraal plan wordt aangegeven dat de inwoner:
Wat betreft de eigen mogelijkheden, de inzet van het sociaal netwerk, en voor wat betreft de Jeugdwet het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en voor wat betreft de Wmo de mantelzorg en gebruikelijke hulp, ontoereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te verlenen. Waarbij bij de Wmo-maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden bij de beoordeling van de eigen kracht en eigen mogelijkheden tevens de eigen financiële draagkracht wordt meegewogen, en
De inwoner geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene voorziening.
De inwoner met deze voorziening (meer) zelfredzaam wordt of kan participeren.
geen gebruik kan maken van een voorziening die algemeen gebruikelijk is.
**2..** Als het college van oordeel is dat de hulpvraag redelijkerwijs te voorzien én te voorkomen was, kan het college besluiten belanghebbende niet in aanmerking te laten komen voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfstandigheid en participatie.
**3..** Het college houdt bij het bepalen welke voorziening en/of ondersteuning het meest doelmatig, adequaat en toereikend is, rekening met de omstandigheden, behoeften en mogelijkheden van een inwoner.
**4..** Voor bepaalde voorzieningen kunnen nog aparte voorwaarden van kracht zijn. Deze staan genoemd in deze verordening, nadere regels of in de betreffende wetten.
**5..** Het college kan nadere regels stellen over het beoordelen van gebruikelijke hulp en probleemoplossend vermogen. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanvraag, degene door of namens wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten:
op te roepen en hem/haar te bevragen;
of een daartoe aangewezen adviesorganisatie om advies te vragen.
**6..** Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien:
het een melding of aanvraag betreft van een inwoner die niet eerder een voorziening heeft gehad of met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 3 gevoerd is;
het een melding of aanvraag betreft van een inwoner die wel eerder een voorziening heeft gehad of met wie wel eerder een gesprek als bedoeld in artikel 3 gevoerd is, maar van wie de omstandigheden zodanig veranderd zijn dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden;
het college dat overigens gewenst vindt.
Hoofdstuk 2
Artikel 5.
Verstrekken van een maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein Kaag en Braassem 2023