Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 7

Einde lidmaatschap

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Utrecht

De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt op het moment dat niet meer wordt voldaan aan de in art. 6 lid 2 gestelde eisen. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgesteld. Als een fractie niet langer is vertegenwoordigd in de raad vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd, van rechtswege. Een commissielid en commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de raad. Het ontslag van een commissielid gaat in op de door het commissielid aangegeven datum, welke datum uiterlijk een maand na de schriftelijke mededeling gelegen kan zijn. Wanneer er geen datum is aangegeven eindigt het commissielidmaatschap op de datum van ontvangst van het ontslag. Het ontslag van een commissievoorzitter gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als een opvolger is benoemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel