Aan de havenmeester, en bij zijn afwezigheid aan zijn plaatsvervanger, wordt door het college mandaat, volmacht of machtiging verleend tot:
Het uitoefenen van de bevoegdheden inzake de dwangsomregeling, bedoeld in de artikelen 4:17, 4:18 en 4:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
Het indienen van bedenkingen en het naar voren brengen van een zienswijze.
Aan de havenmeester, en bij zijn afwezigheid aan zijn plaatsvervanger, wordt door de burgemeester mandaat, volmacht of machtiging verleend tot het uitoefenen van de bevoegdheden inzake de dwangsomregeling, bedoeld in de artikelen 4:17, 4:18 en 4:20 van de Algemene wet bestuursrecht.