Deze verordening verstaat onder:
casco: een vaartuig waarvan nog niet officieel is vastgesteld wat de tonnenmaat van het vaartuig zal worden;
college: het college van burgemeester en wethouders;
dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren;
duwbak: een binnenschip dat gebouwd en bestemd is om door een ander schip te worden opgeduwd en derhalve tijdens de vaart, anders dan bij het koppelen en losmaken, geen bemanning nodig heeft;
duwboot: een vaartuig dat hoofdzakelijk ingericht is of wordt gebruikt voor het duwen van andere vaartuigen;
gemeentelijk vaarwater: het in eigendom aan de gemeente toebehorende of bij haar in onderhoud of beheer zijnde openbaar vaarwater;
green Award: een keurmerk, afgegeven door de Stichting Green Award, voor schepen die extra geïnvesteerd hebben in de kwaliteit van het schip, de bemanning en de bedrijfsvoering;
gross ton (GT): een massa van 1.016 kilogram;
haven: wateren die in het beheer zijn van de gemeente en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, aanmeergelegenheden, trappen, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen;
kade: de voor de openbare dienst bestemde plaats ingericht voor het aanleggen of aangelegd houden van vaartuigen en/of voor het opslaan van goederen ter lading en/ of gelost uit voer- of vaartuigen;
kalenderjaar: een aaneengesloten periode van twaalf maanden, die begint op 1 januari en eindigt op 31 december;
kwartaal: een aaneengesloten tijdvak van 90 dagen;
maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 dagen;
meetbrief: het document als bedoeld in artikel 12c van de Binnenschepenwet;
laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte laadvermogen, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;
nieuwbouwschip: zie casco;
passagiersschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk ingericht is of wordt gebruikt van beroepsmatig vervoer van personen;
pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding, niet zijnde een passagiersschip;
schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting;
sleepboot: een vaartuig dat hoofdzakelijk ingericht is of wordt gebruikt voor het slepen van andere vaartuigen;
ton: een massa van 1.000 kilogram;
vaartuig: alle soorten van varende en drijvende voorwerpen welke gebezigd kunnen worden en/of zijn ingericht voor het vervoer te water van personen en/of goederen, waaronder mede vaartuigen dienende tot beoefening van de watersport of in gebruik ten behoeve van de sportvisserij, evenals vaartuigen dienende tot uitvoering van werkzaamheden onder in of boven water zoals baggermolens, zandbakken, vlotten en drijvende inrichtingen, elevators, dokken, sleepboten, duwboten en daarmede gelijk te stellen vaartuigen alsmede woonschepen;
vissersschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk ingericht is of wordt gebruikt voor het vangen van vis;
vrachtschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk is ingericht of wordt gebruikt voor het vervoer van goederen;
week: een aaneengesloten tijdvak van zeven dagen;
werkstation: een drijvende of vaste inrichting die ingericht is of gebruikt wordt om werkzaamheden uit te voeren aan een vaartuig;
woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen;
zeeschip: een vaartuig dat wordt gebruikt of is bestemd voor de zeevaart, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Schepenwet.